Zoek teksten, afbeeldingen, video's

Hallo, deze site is gebouwd door Kris Merckx. Heb je zelf digitale hulp of ondersteuning nodig als particulier, bedrijf, VZW, school of vereniging? Bel me op 0497 94 40 81

De geschiedenis van Bosschellen

De Orde van Malta

De Orde van Malta of de Hospitaalorde van Sint-Jan van Jerusalem of gewoon het hospitaal zijn allemaal synoniemen. De orde is misschien niet zo bekend als de illustere Tempeliers, waarvan zij in 1314 heel wat huizen erfde, maar daarom is zij niet minder interessant en soms ook even mysterieus. Tijdens Wereldoorlog II gingen de archiefstukken van de Orde van Malta, die in het archief van Bergen gedeponeerd waren, immers in vlammen op. De kaartboeken werden wel gered. De Hospitaalorde ontstond vlak na de eerste kruistocht en nam de taak op zich om pelgrims  een veilige doorgang te verlenen naar het Heilig land. De leden van het Hospitaal waren in hoofdzaak van adel en legden de drie geloften af. Op het einde van de 12de eeuw hadden het hospitaal en de Tempel in Europa ongeveer 2000 vestigingen. In elk huis leefde meestal maar een kleine gemeenschap van 3 tot 4 broeders (1). Aan het hoofd van de orde stond de grootmeester, die eerst resideerde in Jerusalem, later in Rhodos en nog later in Malta. De orde was onderverdeeld in Tongen die nog eens onderverdeeld waren in priorijen. Onze gewesten behoorde tot de Priorij van Frankrijk met zetel in Parijs. De priorij was nog eens onderverdeeld in Balijes en Commanderijen. De huizen in Oost-Brabant vielen allen onder de Commanderij van Chantraine of Chantereine. Chantraine ligt in Huppaye in Waals-Brabant iets ten zuidoosten van Geldenaken. Vier huizen van Chantraine lagen in Oost-Brabant namelijk, Leuven, Binkom, Boschelle (Hakendover) en Walsbergen (Wommersom). Van de huizen in Leuven en Binkom rest er niets meer, maar de huizen van Boschelle en Walsbergen bestaan nog steeds. De meeste gebouwen van het Hospitaal op het platteland waren boerderijen al dan niet met een kapel. In de poorten en de gebouwen vindt men vaak het wapenschild van Commandeurs van Chantraine (2). De orde verkreeg haar bezittingen hoofdzakelijk door schenking, meestal renten, cijnzen en tienden die een hoger inkomen garandeerden dan uit rechtstreekse grondexploitatie. Hierdoor kon vlugger geld verzameld worden voor hun activiteiten. Het hoofddoel van het Hospitaal was vooral het inzamelen van geld voor de bevrijding van het Heilig Land. De gronden die het hospitaal kreeg waren meestal bebouwde gronden. De eerder laattijdige inplanting van de hospitaalridders op het einde van de 12de eeuw is hiervoor wellicht de verklaring (3).

De huizen van Chantraine in Oost-Brabant

Een huis diende goed bestuurd te worden. Tot de uitgaven van de huizen behoorde het betalen van de responsiones. Dit waren de jaarlijkse bijdragen aan het centrale bestuur. Het bedrag hiervan was in principe vastgelegd op een vijfde van de inkomsten en kon tot een derde oplopen. De Prior bepaalde de bijdrage van de Commanderijen, die door het algemeen kapittel van 1262 verplicht werden hiervoor een inventaris van de bezittingen bij te houden (4). Hoe groter de huizen, des te minder inkomsten uit grondexploitatie. De huizen met een geringer inkomen haalden meer uit rechtstreekse grondopbrengsten: tot 81 % voor het huis van Walsbergen en Gussenhoven en 83 % voor het huis van Bois-les-Dames (5). In tegenstelling tot de meeste orden verkregen de hospitaalordes van de paus en de wereldlijke gezagsdragers veel privileges die hen vrijstelden van belastingen, hierdoor bleven hun uitgaven beperkt en spaarden ze een aanzienlijk bedrag uit, dat ze in hun activiteiten konden investeren. De Brabantse Hertog Hendrik I nam het Hospitaal onder zijn bescherming in 1220. Ook de Hertogen Jan I en Jan II namen het Hospitaal in bescherming en stelden het vrij van belastingen en karwijen (6).

Toen de bezittingen van de Tempeliers in 1315 in handen kwamen van het Hospitaal, leidde dit tot financiële ademnood. De kosten voor het beheer van deze goederen bleken immers hoger dan de opbrengsten. Paus Gregorius XI stelde een onderzoek in en spoorde in zijn apostolische brief van 10 februari 1373 aan tot de overschakeling van rechtstreekse exploitatie en van het in concessie geven van de grond tegen betaling van eeuwigdurende cijns of rente, naar het pachtsysteem. Volgens dit systeem zouden pachtcontracten worden afgesloten voor een bepaalde termijn (3, 6, 9, 12) tegen betaling van een pachtsom die na het beëindigen van de termijn kon worden aangepast. Dit gaf volgens de Paus grote voordelen. Eerst en vooral werd het Hospitaal ontslagen van de last van de exploitatie en vervolgens was er de zekerheid over een vast inkomen dat kon worden aangepast aan de gewijzigde economische situatie (7).

De orde bleef de bescherming genieten van de vorsten. Zo verleende Johanna van Brabant in 1407, Filips de Goede in 1455, Maximiliaan van Oostenrijk in 1493, Keizer Karel in 1520, Filips II in 1556, Albrecht en Isabella in 1602 en infant Ferdinant van Spanje in 1631 privilieges. Hierdoor nam zowel de machtspositie als de economische betekenis van het Hospitaal voortdurend toe. Deze privileges maakten een onbelemmerde groei van het fortuin mogelijk (8). Ook in de 18de eeuw slaagde de orde van het Hospitaal erin haar eeuwenoude privilegies te handhaven en haar bezit uit te breiden. De commanderijen in de Lage Landen bleven afhankelijk van de priorij Frankrijk. De bestuursinvloed van de Franse Tong op deze  commanderijen bleef dan ook zeer groot en komt onder meer tot uiting in de familienamen van de benoemde commandeurs (9).

De Boschelle in Hakendover

Wanneer het huis van de Boschelle precies aan de orde van het Hospitaal geschonken werd is niet te achterhalen. Zeker is dat dit via de Hertog gebeurde die in Hakendover van oudsher vele bezittingen had (10). Onder invloed van de Hertog en zijn entourage had eerder ook al de orde van Citeaux hier in het begin van de 13de eeuw verschillende bezittingen verworven. Zo was de nabijgelegen Beenshoeve eigendom van de Cisterciënzers van de abdij van Vrouwenark uit Wezemaal en werd aan de overkant van de Gete de Cisterciënzerabdij van Maagdendaal gesticht. In de cijnsboeken van de Hertog van Brabant wordt er geregeld melding gemaakt van gronden die naast de goederen van de Bosschelle liggen (11). Veel rechtstreekse verwijzingen naar de Hoeve zijn er niet. Wel weten we dat de gemeentegrenzen van Wommersom op 4 juli 1348 mede door ene Libert van der Bosschellen worden vastgelegd. Dat de grens van deze gemeente tot vlak bij de Bosschelle komt zal hier misschien niet vreemd aan zijn. In de 15de eeuw is ene Willem vander Bosschelle schepen van Tienen. Vroege vermeldingen van de naam van Bosschelle vinden we verder ook nog in het charterboek van de abdij van Oplinter van 1396, f 63. Ook in 1315 en 1340 wordt er melding gemaakt van de Boschelle (12).

Het huis van de Boschelle behoorde tot het Hospitaal en wordt in een register van 1364 als zevende van de tweeëndertig huizen vermeld onder de naam “Bois-les-Dames”. Dit register was opgemaakt door Hendrik van Sint-Truiden, “commandeur d'Avalterre, de Henaut, et trésorier de Rodes” (13). In 1373 besluit de paus Gregorius XI om een onderzoek in te stellen naar de bezittingen van de orde van Malta teneinde de inkomsten te optimaliseren. De bisschop van Luik wordt belast met het onderzoek van de goederen in zijn bisdom en er wordt een document opgesteld in het Latijn. De Boschelle wordt er vermeld als één van de 33 huizen die deel uitmaken van de Balie van Chantereine als: “Domus dicta le boys le Dames”. Slechts een tiental van de 33 huizen, waaronder de Boschelle wordt door de orde zelf bewoond, de andere worden reeds verpacht aan derden. De rector in de Boschelle is in dat jaar ene “Frater Godefridus de Johannisgest, rector domus de Boys les Dames, 50 annorum, sargandus”. In het definitieve rapport van het onderzoek in 1373 staat de hoeve vermeld als “La Maison du bois les dames a chappelle” in de lijst van huizen van de commanderij Avalterre in het bisdom Luik. Tot de cijns van de Boschelle (Li Boys Les Dammes) behoorden ondermeer 54 boender landbouwgrond, die elk een halve Tiense mude graan voortbrachten die aan 1 florijn per mude 81 florijnen in het bakje brachten. Verder ook nog grond die in eeuwige cijns gegeven was en 10 mude graan opleverden (dus 10 florijnen).

Ook nog 9 bunder weide en veld die per bunder 5 florijnen opbrachten (45 florijnen dus voor 9 bunder) en diverse cijnzen goed voor 15 florijnen. Achter het huis was er ook nog een beetje bos dat gebruikt werd voor het huishouden en dus niks opbracht. Alles samen was de Boschelle in 1373 dus goed voor zo'n 151 florijnen per jaar (14). Op 6 juli 1602 logeerde de Spaanse generaal Francois de Mendoca met twee Italiaanse regimenten op de Bosschelle toen zij een invasie  van de Nederlanders kwamen verhinderen. Het kwam echter niet tot een treffen (15). De Bosschelle werd zeker ook verpacht. Volgens een rekening van Joes Landeloos, deken van het St. Germanuskapitel van Tienen en rentmeester van het Sint Laurens Gasthuis van Tienen had ene Willem Davidts, die woonde op de Boschelle, de molen van Mulk in 1646 in pacht (16).

In het cijnsboek van het huis van Walsbergen van 1652 treffen we deze Willem Davidts ook herhaaldelijk aan: “Henrij Poullet auparavant Willem Davids par succession, auparavant Willem de Welde sur un journal de prairie dans le crunckelbroek joindans Chantraine de deux coste Eemonde Goossen luy mesme et la communauté de Haekeduer nommé Boschelle . II denier (17). Volgens Bets werd de Bosschelle in 1551 en 1686 verbouwd en moest de onderpastoor van Hakendover er op zon- en feestdagen de kerkdienst leiden (18).

De wapenschilden van de ridders van de Orde van Malta

Het wapenschild van de grootmeester kan herkend worden door de vierendeling van een zilveren kruis op een veld van keel in 1 en 2 met het familiewapen in 2 en 3. Het geheel wordt getekend op het achtpuntig kruis van de orde van Malta met een ketting met een gekroond Maltees kruis.

Het wapenschild van een Baljuw Groot kruis van de orde van Malta wordt gekenmerkt door het zilveren kruis op een veld van keel in het hoofd van het schild.

Een wapenschild op een Maltees kruis met ketting wijst op een ridder van de Orde van Malta die de geloftes al heeft afgelegd.

Wapenschilden van Commandeurs in Oost-Brabant

Het wapenschild in de Bosschelle is dat van Baljuw de Froulay. De datum 1733 bevestigt dit: de Froulay werd in 1732 immers groot kruis van Malta. De gravenkroon bovenop het schild verwijst naar het graafschap de Maine. De ankers verwijzen naar zijn maritiem verleden als opperbevelhebber van de Maltese Vloot. De lelie boven de kroon naar de titel van Maarschalk van Frankrijk. Achter het schild staan 4 standaards.

Het wapen boven de ingangspoort van Walsbergen bevat nog geen zilver kruis op een veld van keel. Mogelijk was de Froulay toen nog geen baljuw. Als opschrift staat er Fr. L. De Froulay de Thessee. Achter het schild staan er 6 standaards met het zilveren kruis van Malta. Ook het wapenschild boven de toegangspoort van de Ferme des Templiers in Waver draagt geen zilver kruis in het schildhoofd. Ook hier staan 6 standaarden achter het schild in plaats van 4 standaarden in Hakendover.

Frere Louis-Gabriël de Froulay

Wapenschild van Charles de Froulay (1601-1671), Graaf van Montflaux en Grand maréchal des Logis de France.

In 1710 werd Louis-Gabriel de Froulay Ridder in de Orde van Malta in de groot-priorij van Aquitanie. Van 1728 tot 1732 was hij algemene bevelhebber van de Maltese vloot (19). In 1731 entert hij een Tunesisch schip en het jaar daarop een Algerijns (20). In 1731 werd hij commandeur van Nancy en in 1732 van Chantraine. In 1732 verkreeg hij ook nog het Groot Kruis van Malta. Onder de naam bailly de Froulay werd hij ook aangesteld als gevolmachtigd minister voor godsdienstaangelegenheden. In deze regering onder minister de Fleury was zijn oudere broer, Charles-Francois de Froulay ambassadeur in Venetië. Louis-Gabriel de Froulay verdedigde de belangen van de orde in de verdragen na de Oostenrijkse Successieoorlog in 1741. Hierna verkreeg hij ook nog de commanderij van Nantes en die van Sommerrense (1746). In 1753 werd de Froulay eveneens gevolmachtigd minister voor zijn orde aan het Pruisische hof waar hij goed ontvangen werd door Frederik II (21). De stenen wapenschilden met het wapenschild van de Froulay treft men ook aan in de gevel van de Maltahoeve in Duffel, in het hoofdhuis van de commanderie van Chantereine, in Huppaye en in “la ferme des Templiers” in Waver.

De Boschelle na de Franse Revolutie

Door de Franse Revolutie werden onze gewesten in 1795 bij Frankrijk geannexeerd. De Franse wetten golden voortaan ook in ons land. Dit betekende voor de orde de inbeslagname van hun goederen. In 1800 werd overgegaan tot de effectieve verkoop van het huis van de Orde te Hakendover (22) (23). De goederen worden voor 32.000 frank verkocht aan de Parijzenaar François Tiberghien (24). In 1875 was Bosschelle een grote landbouwhoeve met meer dan 50 hectare grond. Ze werd verpacht aan suikerproducent Vinckenbosch voor de teelt van suikerbieten. De teelt van suikerbieten gebeurde door de suikerproducenten zelf omdat men geen pachters vond die in deze nieuwe teelt wilden investeren. In 1882 was de hoeve in het bezit van Mme Julie-Marie Cornet de Grez, echtgenote van graaf Ferdinand-Adolphe de Beughem de Mélis (25). Ze wordt echter overgekocht door Vinckenbosch zelf en via de weduwe Vinckenbosch-Petit komt ze uiteindelijk in handen van Paul Petit die begint met de restauratie en een grondige verbouwing van de boerderij. Op dat moment wordt deze verpacht aan Andreas Huynen. Paul Petit liet in 1914 een deel buitenverblijf aanbouwen met een grote zaal en een balkon bovenaan. In de stenen van de balustrade en in de plafonds werden Maltezerkruisen verwerkt. Ook de kapel werd hersteld en in het altaar kwam een nieuw schilderij door Gustave de l’Escaille van Tienen. Het oorspronkelijke doek zou verkocht zijn aan een oudheidkundige uit Luik.

Tijdens de eerste wereldoorlog namen de Duitsers de hoeve in bezit op 18 augustus 1914 om 2 uur in de namiddag. Een aantal oversten namen hun intrek in de Bosschelle (26). In 1917 wordt de familie Petit getroffen door een financiële ramp. Ze hadden immers heel wat geïnvesteerd in het Tsaristische Rusland, maar verloren al hun investeringen toen de Communisten er aan de macht kwamen (27). Door de Oorlog werden de verbouwingen onderbroken, maar in 1927 ging men verder en in 1929 rondde men de verbouwingen af (28).  In 1934 werd de hoeve bewoond door de toenmalige burgemeester van Hakendover, C. Philips. In 1953 verkocht Louis Petit, zoon van Paul Petit de hoeve aan Remi en Simonne Avermaete-Goossens uit Evergem. De gebouwen van de Boschelle zelf bestaan uit een grote schuur, twee poorten, zijstallen, het woonhuis en een in 1914 aangebouwd deel dat wordt aangeduid als ‘de villa’. Rond de boerderij liep een gracht die op luchtfoto’s uit de jaren 1996 (29) nog duidelijk te zien is. De westerpoort dateert zeker van voor 1700 daar de in 1735 ingewerkte steen met het wapenschild van de Froulay duidelijk later is aangebracht. De duiventil boven op de oosterpoort die bovendien ook nog sporen van een ophaalbrug vertoont, werd pas bij de verbouwingen van 1914 aangebouwd. Op de afbeeldingen van de hoeve van rond 1760 is de toren van de kapel duidelijk te herkennen (30).

Kaart van de Bosschelle hoeve De gebouwen zijn duidelijk nog niet aaneengebouwd. Dit gebeurde vermoedelijk ook pas in 1914 Tom AVERMAETE

Voetnoten  

  • (1)Forrier, Marleen, De orde van Malta in de Zuidelijke Nederlanden (12de-18de eeuw), p. 59.
  • (2)Zowel in de Boschelle als in Walsbergen treft men deze wapenschilden aan. Beide hebben eveneens een kapel.(
  • 3)Forrier, Marleen, De orde van Malta in de Zuidelijke Nederlanden (12de-18de eeuw), p. 76.
  • (4)Forrier, Marleen, De orde van Malta in de Zuidelijke Nederlanden (12de-18de eeuw), p. 76.
  • (5)Forrier, Marleen, De orde van Malta in de Zuidelijke Nederlanden (12de-18de eeuw), p. 78.
  • (6)Forrier, Marleen, De orde van Malta in de Zuidelijke Nederlanden (12de-18de eeuw), p. 76-77.
  • (7)Forrier, Marleen, De orde van Malta in de Zuidelijke Nederlanden (12de-18de eeuw), p. 81.
  • (8)Forrier, Marleen, De orde van Malta in de Zuidelijke Nederlanden (12de-18de eeuw), p. 82-83.
  • (9)Forrier, Marleen, De orde van Malta in de Zuidelijke Nederlanden (12de-18de eeuw), p. 83.
  • (10)Bets, P.V., Geschiedenis der gemeente en mirakuleuze kerk van Hakendover, Leuven, 1875, p. 13. De door Bets gemelde verwijzing naar cijnsboeken 44612-44627 zijn niet correct. De Cijnsboeken van Hakendover en Wommersom vallen onder de nummers 44699-44713.
  • (11)Algemeen Rijksarchief Brussel Rekeningen 44699, f 5r; 44700, f 6v en f 14r.
  • (12)Respen, V. Hakendover, een dorp in Haspengouw 89.
  • (13)Inventaire analytique des archives des commanderies Belges de l'ordre de Saint-Jean de Jérusalem ou de Malte par Léopold Devillers et autres publications sur le sujet du même auteur précédés de l'inventaire des pièces subsistantes, Walter De Keyzer, Brussel, 1994, p. 154.
  • (14)Enquete pontificale de 1371, Le Livre Vert. Parijs, Archives nationales, S 5543 f LXXX. Dit document werd voor wat betreft de priorij Frankrijk uitgegeven door Legras, A.-M., L’enquete Pontificale de 1373.
  • (15)Croy, Charles-Alexandre de sire Mémoires guerriers de ce qu'y c'est passé aux Pays-Bas depuis le commencement de l'an 1600 iusques à la fin de l'année 1606. 1642. Antwerpen.
  • (16)Uit oude tijden, krantenartikel uit 1933.
  • (17)Stadsarchief Tienen, H 11, Cijnsboek van Walsbergen, 1652, f 14r.
  • (18)Bets, P.V., Geschiedenis der gemeente en mirakuleuze kerk van Hakendover, Leuven, 1875, p. 13.
  • (20)Engel, C.E., l'histoire de l'Ordre de Malte, p. 270.
  • (21)Dictionaire de la noblesse, Dl 4, 1980, Fr. Aubert de la Chenoye-desbois, p. 721 en Dictionaire de Biographie Francaise, p. 1409-1411.
  • (22)Algemeen Rijksarchief Brussel Departement van de Dijle, Affiche nr 77.
  • (23)Forrier, Marleen, De orde van Malta in de Zuidelijke Nederlanden (12de-18de eeuw) p. 85-86.
  • (24)Wauters Alphonse, Géographie et histoire des communes belges continuation. Arrondisement de Louvain, canton de Tirlemont, Bruxelles 1882. p. 62.
  • (25)Wauters Alphonse, Géographie et histoire des communes belges continuation. Arrondisement de Louvain, canton de Tirlemont, Bruxelles 1882. p. 62.
  • (26)Krantenartikel Uit oude tijden iets over Haekendover Bosschelle door J. Wouters stadsarchivaris augustus en september 1934.
  • (27)In de Kapel hangt zelfs nog een herdenkingsplaat ter gelegenheid van de Troons-opvolging van Tsaar Nikolaas II in 1897. De tekst is in het oud-Russisch opgesteld.
  • (28)Dansaert, G., Histoire de l'ordre souverain et militaire de Saint-Jean de Jérusalem dit de Rhodes ou de Malte en Belgique, p. 125.
  • (29)AeroAtlas Vlaams-Brabant en Brussel, 1996 p. 323.(30)Archives de l’Etat, Bergen, Carts et Plans nr 557-557bis.
Contacteer ons nu