grade

Middeleeuwse bouwlegende

Omstreeks het jaar 690 waren er in Hakendover drie vrome maagden die stamden uit het geslacht van de Romeinse keizer Octavianus. Deze drie vrouwen besloten -door een goddelijke ingeving- een kerk te bouwen voor de Goddelijke Zaligmaker, voor wie zij een bijzondere verering koesterden. Te Hakendover aangekomen lieten zij op een plaats, "Hooibout" geheten, de werken beginnen. Maar 's avonds braken de engelen alles terug af. Hierop kozen de maagden de plek uit die men "Steenberg" noemt. Wederom braken de engelen 's nachts af wat overdag gebouwd was. Uiteraard waren de maagden nu wel zeer ontgoocheld en bedroefd, temeer daar zij dachten een zonde begaan te hebben en God zich van hen had afgewend. Hierom smeekten zij de Heer om vergeving en vroegen God hen een geschikte bouwplaats aan te wijzen.

God zond hen een engel die zei: "Maagden, uw verzoek wordt verhoord. Sta op en volg mij naar de plaats die de Heer welgevallig is." Dit gebeurde op de dertiende dag na Driekoningen en er lag een dik pak sneeuw. Op de aangewezen plek echter, in een kring afgespannen met een rode zijden draad, stond alles in bloei en geurden fijne kruiden en bloemen, alle besprenkeld met fijne dauwdruppels.

Daarenboven stond er op de plek waar het hoofdaltaar zich nu bevindt een spikdoorn in volle bloei, groen en heerlijk geurend. In de boom zongen vogels een prachtige zang. Eén van hen hield in zijn rechterpoot een brief waarin te lezen stond: "Dit is de plaats door God uitverkoren en door God aan de drie maagden toegewezen om er een kerk te bouwen ter ere van de Goddelijke Zaligmaker."

De engel geleidde de maagden naar deze plaats en sprak: "Deze plaats heeft God uitverkoren, bouw hier een kerk en stel daarvoor 12 werklieden aan, want God zelf zal de dertiende zijn." Gedurende de bouw werden door iedereen steeds 13 werklieden gezien. Bij de maaltijden en de uitbetalingen waren er echter slechts 12 aanwezig. Niemand echter vermoedde of wist wie er ontbrak, omdat steeds leek of ze voltallig waren. God zelf was de dertiende werkman.

Toen de kerk voltooid was, werd zij door God als volgt gewijd: "Deze plaats wijd Ik in Mijn naam, zodat ze verder door niemand anders hoeft gewijd te worden." Toen twee bisschoppen de kerk wilden wijden, werd de ene plots blind en de andere lam. Omwille van hun berouw schonk God hen vergiffenis en herstelde hun gezondheid. Hiervoor zeer dankbaar, zijn deze bisschoppen grote beschermers van onze kerk geworden.

Een legende

Een middeleeuwse legende vertelt het verhaal over drie maagden die een kerk voor God willen bouwen.
Maar de plaats die ze kiezen, bevalt God niet...

Unsplashed background img 2

Verhaalmotieven in de bouwlegende

Grondslag

De legende werd voor het eerst officieel ter schrift gesteld in 1432 door Walter van Binckem ("Binkom") schildknaap , Thomas Thomas en Nikolaas Zauwels. Het gaat hier om wereldlijke bestuurders van de kerk die hun deel van de kerkelijke inkomsten kregen toegewezen.Roeck wijst erop dat kerkmeesters vaak een bouwlegende in het leven riepen, als de kerk niet over het nodige relikwieën beschikte. En relikwieën -Hakendover had er geen- waren nodig om bedevaarders naar de kerk te brengen. Het is echter niet waarschijnlijk dat bovengenoemde personen deze legende volledig zelf hebben "verzonnen". Temeer daar het retabel, vermoedelijk ontworpen omstreeks 1400, deze legende reeds aanschouwelijk voorstelt voor de ongeletterde gelovigen en bedevaarders. Dat is natuurlijk geen garantie voor de echtheid zoals Bets beweert.

Denkelijk werd de legende ter schrift gesteld om de bedevaart een steviger (financiële) basis te geven. De toenmalige uitbreiding van de kerk en het ontwerpen van het retabel wijzen op een expansie van Hakendover als bedevaartplaats in die tijd. Wellicht kan men de legende plaatsen in het kader van de mirakelboeken "die in de grote bedevaartbasilieken werden geschreven in de buurt van de reliekhouders die het meest werden vereerd, en die tot doel hadden daar meer bekendheid aan te geven." (Duby).

Een schriftelijke neerslag van de legende schiep ook de mogelijkheid haar te laten erkennen door een hogere kerkelijke instantie, hetgeen gebeurde in 1508. Over de echtheid van deze "erkenning" bestaat in vakkringen reeds lang betwisting ("Bevestigt door de Bulle van den Referendarius van den Paus Julius den II gegeven tot Roomen in het paleys van den zelven Paus in het jaer 1508").

Origineel of verzonnen?

Moeten we dan besluiten dat de legende voor 100% werd "ontworpen" om gelovigen te lokken? Geenszins. Een aantal motieven verwijzen immers naar vroeg-christelijke en zelfs voor-christelijke elementen. De opstellers (of anderen) hebben mogelijk een aantal motieven uit de mondelinge verteltraditie van de lokale bevolking aangevuld of aangedikt met andere motieven. Het is echter moeilijk te achterhalen (en meer nog: te bewijzen) welke verhaalgegevens "oorspronkelijk" zijn, welke latere "aanvulling". Aldus stellen we hier de vraag naar de originaliteit van het verhaal.

Datering

Tussen vermelde stichtingsdatum en het optekenen van de legende ligt een periode van 733 jaar. Dat is zowat hetzelfde als in 1997 schrijven over het jaar 1307. Een hedendaags historicus zal zich, bij het bestuderen van een vroegere periode, steunen op een heleboel historische bronnen zoals handschriften, archeologische vondsten enz. waarmee hij dan zal trachten een zo objectief mogelijk beeld te schetsen van de bestudeerde periode. De middeleeuwse opstellers beschikten niet over deze bronnen, maar steunden zich vermoedelijk op mondeling overgeleverde verhalen. Bovendien waren schriftelijke bronnen toen uiterst zeldzaam daar de boekdrukkunst in Europa nog niet was uitgevonden. De weinige schriftelijke bronnen bevonden zich in de geslotenheid van de kloosters, waar zij minutieus met de hand werden gekopieerd, of in de collectie van een edelman. Zo zou pastoor Cartuyvels zich in 1703 voor de publicatie van zijn boek over de kerk van Hakendover ("Kort klaer en waerachtig verhaal van den oorsprong en voortgang der stichtinge van de mirakuleuze kerke van den Zaligmaeker des werelds in de parochie van Haeckendoren") verdiepen in de "oude registers van S. Lambrecht te Luyck en d'oude schriften van het Rood-Klooster by Brussel" voor de beschrijving van de talrijke te Hakendover geschiede mirakelen.

Men moet geen kunsthistoricus zijn om vast te stellen dat de huidige kerkgebouwen niet dateren uit 690. Was dat wel het geval dan zou Hakendover kunnen pronken met een Merovingisch of Karolingisch gebouw. Onze kerk zou dan voortdurend in de belangstelling staan van kunsthistorici daar zulke gebouwen zeer zeldzaam bewaard zijn gebleven. Dat neemt natuurlijk niet weg dat hier mogelijk reeds vroeger een bedehuis is geweest dat verdween en werd vervangen door de romaanse en later gotische gebouwen. Vaak waren de vroeg-middeleeuwse gebouwen slechts houten constructies. Vooral de onrustige 8e en 9e eeuw, de periode van de invallen van de Noormannen (Arnulf van Karinthië versloeg hen te Leuven in 891), droegen ertoe bij dat vele kerken werden vervangen door de robuuste romaanse kerken die de dorpsbevolking de nodige bescherming moesten bieden. Als de kerkmeesters de kerkstichting situeerden in 690 dan was het hen wellicht niet te doen om historische exactheid (geen enkele legende trouwens), maar dan was dit wel met een bepaalde bedoeling. De zevende eeuw was de periode van de Karolingische hofmeiers en het was de periode voor het rijk van Karel de Grote (in de middeleeuwen werd hij als heilig aanbeden) en voor het Heilig Roomse Rijk (962). 690 is het jaar waarin Willibrord, een Angelsaksische monnik met elf metgezellen landde aan de Rijnmond. Het kan gezien worden als het begin van de kerstening van de gebieden ten noorden van de grote rivieren Rijn en Maas, die voordien zonder uitzondering heidens waren gebleven. Eerder, in de periode 639 - 678, had St.-Amandus veel succes geboekt bij het bekeren van Midden-België.

Romeinse Rijk

"...drie edele maagden uit het geslacht van keizer Octavianus van Rome". Bedoeld wordt hier keizer Augustus (Gaius Octavius, 63 v. Chr., regeerde als keizer over het Romeinse Rijk (van 27 v. Chr. tot 14 na Chr. als Augustus Octavianus) bij Jezus' geboorte en in de ogen van de middeleeuwers was hij zowat het symbool van de keizerlijke macht. Net zoals de Romeinse geschiedschrijvers het ontstaan van Rome in verband brachten met de oudste Griekse geschiedenis, zochten de Hakendoverse kerkmeesters wellicht een aanknopingspunt met de Romeinse "wereld"geschiedenis. Het Romeinse Rijk was immers het "laatste wereldrijk". Wellicht hebben de aanwezigheid van de Oude Heerweg (=Romeins), de Drie Tommen (= grafheuvels van Romeins generaal) en de tommen  van Hakendover (thans verdwenen) de fantasie van de opstellers geprikkeld en behoorde dit gegeven niet tot de mondelinge verteltraditie.

(* De vraag kan worden gesteld waarom men niet de naam "Augustus" heeft gebruikt. "De naam Augutus die "gezegend, verheven" betekent, werd na hem door alle keizers en de vrouwen der keizers gedragen, en drukte de religieuze waarde van het keizerschap uit (= de keizercultus) Daarom spreekt de Apocalyps (13,1; 17, 3) over de godslasterlijke namen van het Beest." (Dr. A. Van den Born) En met het "Beest" uit de Apocalyps, dat steeds wordt vereenzelvigd met de Duivel, bedoelde de evangelist Johannes niemand minder dan keizer Augustus.) 

Bovennatuurlijke tussenkomst

De gedachte dat God deze plaats had uitverkoren deed het belang van Hakendover nog stijgen. Dit komt tot uiting in elk element van de bouwlegende. Hieronder maken we een beknopte analyse van de legendemotieven.

A. Drie Gezusters

De eredienst van de Drie Gezusters komt op vele plaatsen voor o.a. in Brustem, Zepperen, Rijkel, Sint-Kwintenskerk te Leuven (Roeck).

B. Kerkafbraak

In Zutendaal begon men een kerk te bouwen op de "Kerkeberg", maar 's nachts werd ze weer afgebroken. Tussen Tongeren en Vreren ("kapelltje van Offelken") verdwenen de bouwmaterialen 's nachts om verderop teruggevonde te worden. Iets gelijkaardigs "gebeurde" ook in Laken en O.L.V.-Waver. In Hakendover werd de bouw de eerste maal begonne op de Hooibout en vervolgens op de Steenberg. Volgens Kempeneers was dit in de 15e eeuw een steengroeve, 'steencute'. Mogelijk heeft dit de fantasie geprikkeld om deze groeve in verband te brengen met een bouwplaats.

C. Keuze van bouwplaats

Roeck wijst erop dat "de studie van de legenden heeft uitgewezen dat het kiezen van de bouwplaats één van de belangrijkste motieven is in de constructielegenden." In Zutendaal werd de bouwplaats aangewezen door een bovennatuurlijk lichtschijnsel. Voor het "kapelletje van Offelken" werd de plaats afgebakend door acht palenverbonden door een roodzijden lint. Het motief van het rode lint treffen we ook aan in Dadizele, Lebbeke, Mechelen, Alsemberg, Laken, Werchter... (volgens Cartuyvels is "door de subite dood van den Heere Pastoor ende Koster" een geheime plaats verborgen gebleven "waer in was liggende den rooden zyen Draed die de breede en lengde dezer Kerke omliep").

Op andere plaatsen is er sprake van geznag en muziek (ook in Hakendover), en vaak ook over een beeldje in een boom, een beeld dat ergens aanspoelt (Zoutleeuw) of zich opeigen kracht beweegt naar een plaats waar het wil vereerd worden. Dit laatste element treffen we ook aan in de mondelinge verteltraditie van Hakendover: toen op een keer door de slechte weersomstandigheden de procesie van Paasmaandag niet uitging, zou het beeld van de Goddelijke Zaligmaker de processie zelf hebben afgelegd. Ook bij O.-L.-Vrouw-ten-Sneeuw in Rome of Chaam (Noord-Brabant) staat midden in een winterlandschap een plaats in volle bloei.

D. Boom

De bloeiende natuur staat evenals de boom symbool voor de vruchtbaarheid. De "spikdoorn" of meidoorn is immers zeer vroeg groen. Het belang van de spikdoorn wordt tevens benadrukt door het feit dat de bedevaarders takjes en schors van de boom meenemen. Bovendien was het motief van de boom een handig middel om het toponiem "Hakendover" te verklaren. De naam zou zijn afgeleid van "hagedoorn". Zo zou Hasselt zijn naam te danken hebben aan het hazelaarsbosje waarin zich de kapel van O.-L.-Vrouw Virga Jesse bevond. Zo de boom in de legende een oorspronkelijk motief was, was er dan in Hakendover een heidense cultusplaats met een heilige boom zoals de "Donareik" in Weismar die werd geveld door de Heilige Bonifacius?

E. Vogel

In diverse culturen bestaat het beeld van de vogel als boodschapper van God (of de goden) Denken we maar aan de raven Hugin en Mugin, die de wijsheid van de Germaanse oppergod Odin symboliseerden. In de legende zijn het engelen in de gedaante van vogels. In Hakendover vinden we geen beeld in een boom, maar een vogel met een brief van God ("in gulden letters", wat verwijst naar het waardevolle van de boodschap) in zijn rechterpoot. In de mondelinge verhalen spreekt over een nachtegaal, een duif, een raaf...

F. Gestrafte bisschoppen

Het verhaalgegeven van de met blindheid en lamheid gestrafte bisschoppen, kan vergeleken worden met de volksverhalen over dieven die kelken en hosties stelen en daarvoor met gelijkaardige straden worden bedacht.

G. Dertien

Over de symboliek rond het getal dertien dat in oorsprong zeker gen ongeluksgetal was, gaan we hier niet uitwijden. De Goddelijke Zaligmaker trad als dertiende werkman op bij de bouw van de kerk (cfr. 12 apostelen). Het getal dertien is ook in de bedevaart van het Dertienmaal (16 - 17 januari) van uitzonderlijk belang.

We laten nogmaals Cartuyvels aan het woord, nu over het Dertienmaal: "Waer uyt dat nu deze Devotie haeren oopsprong heeft, en is zoo klaer niet, want men vind hier af niet geschreven, nochtans het geschied oft wel ter-eeren de twelf Werk-lieden met Jesus Christus, die deze Kerke hebben gemaekt, oft ter eeren van Christus zelver onzen Zaligmaeker, Patroon dezer Kerke, ende zyn twelf Apostelen, oft om dat deze Kerke is geordonnert geweest, en deze plaetze aen-gewezen aen de dry Edele Jongvrouwen, den derthiensten dag naer dry Koningen, maer door de troubele Oorlogs-tyden, en gemeyne sterfte zynde rechte , gefondeerde redenen niet te vinden..."

Water en aarde

Naast takjes van de spikdoorn werd vroeger ook water van de bron en aarde van het kerkhof (wwar het ablutiewater werd op weggegoten) meegenomen, als bescherming tegen allerlei kwalen (Respen). Het was en is voor de bedevaarders een sacraal-magisch aandenken aan deze "uitverkoren" plaats.


Besluit

Over de legende die jaarlijks haar veruiterlijking vindt in de paasmaandagprocessie en het dertienmaal, is het laatste woord nog lang niet gezegd. We zouden kunnen besluiten met de woorden van Verbesselt die in zijn boek 'Het parochiewezen in Brabant tot het einde van de 13e eeuw' het volgende schreef over bouwlegenden: "Wij mogen hieruit besluiten dat de legenden op zich zelf niets bevestigen en ons alleen een vermoeden kunnen geven. Wanneer andere feiten en vatstellingen de legenden komen steunen, ligt er wellicht een grond van waarheid in de overlevering. Verwerpen wij dus de legende niet a priori. In vele gevallen zullen andere gegevens ons helpen. Vele legenden zijn verdraaide herinneringen van oude gebeurtenissen. Andere legenden, als deze van Laken, Alsemberg en Hakendover, Asse, behoren tot het gestereotypeerde verschijnsel en moeten derhalve met grote omzichtigheid worden behandeld. Naar onze mening, zijn zij slechts van nut om de oudheid of de belangrijkheid van de plaats -meestal een bedevaartsoord- te bevestigen." (Verbesselt, 1950, p.147)

Kris Merckx

Facebook