grade

Kerk van de Goddelijke Zaligmaker

Petrus a Thyomo (?1394 - + 1474), kanunnik van de Sint-Goedelekathedraal te Brussel, schreef in zijn "Kronyken van Brabant" dat de kerk van Hakendover in 803 of 804 door paus Leo III in het bijzijn van keizer Karel de Grote was bezocht en gewijd. Toch wijst niets aan de huidige kerk op zo'n oude oorsprong. Kunsthistoricus Halflants reconstrueerde a.h.v. archiefbronnen, oude afbeeldingen een een onderzoek van de gebruikte steensoorten, het dakgebinte en de architecturale vormen de bouwgeschiedenis van de kerk. Zo slaagde hij erin een vrij precies overzicht te geven van de verschillende verbouwingen en uitbreidingen die de kerk van de Goddelijke Zaligmaker te Hakendover heeft gekend. Je hoeft geen geoefend oog te hebben om te zien dat de kerk een amalgaam is van stijlen die in elkaar lijken te vervloeien (zijn "Bouwgeschiedenis van de kerk van Hakendover" verscheen in "Oost-Brabant" XXVII, 81, 1990)

Het oudste gedeelte van de kerk, de Romaanse toren en de zuidelijke kruisbeuk, stamt uit de 12e eeuw. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat er niet eerder een kerk was te Hakendover. In de 9e eeuw waren vele kerken in lekenhanden terechtgekomen. 

De kerk zelf wordt waarschijnlijk voor de eerste maal vermeld in een charter van Vrouwenperk, gedateerd 1276. Latere attestaties luiden als volgt: 1340 prope ecclesiam (LM 17c), 1441 ter kercken van hakedouer (KAB 2312 f. 30), 1569 de kercke van hakedouere (SG 41262 passim), enz. De oudste delen van de kerk, namelijk de toren en de middenbeuk, zijn overblijfsels van een kleine laatromaanse kerk, gebouwd in de 12de eeuw. Begin 13de eeuw werd de toren met een verdieping in vroeggotische stijl verhoogd, terwijl rond 1250 verbouwingswerken werden uitgevoerd (Encyclopedie van Vlaanderen). 
Paul Kempeneers

Bron: KEMPENEERS, P., "Hakendoverse plaatsnamen (II)", (http://www.dbnl.org/tekst/_naa002199101_01/_naa002199101_01_0006.php), Geraadpleegd op 2 september 2016.

Een kerk met bijhorende "parochie" werd eerst in vruchtgebruik (= beneficium) aan een (plaatselijke) heer gegeven. Dit vruchtgebruik werd al spoedig erfelijk en tenslotte werd het leen als eigendom beschouwd. Vanaf de elfde eeuw kwam daar verandering in. "Overal rezen nieuwe kloosters en abdijen als paddestoelen uit de grond. Grote bedevaarten met enorme vokstoeloop kwamen van heinde en ver. Het kon niet anders: ook de eenvoudige parochie ging nieuwe wegen op. Door de zorgen van de bisschoppen vaardigden de concili+euml;n strenge bepalingen uit tegen lekenbezitters van kerken en kerkgoederen. De schrik deed zijn werk. Giften en legaten stroomden toe" (Verbesselt). Vele heren -zowel graven en hertogen, als plaatselijke heren- deden "schenkingen" aan de kloosters. "Niet de parochi+euml;n profiteerden van deze wisseling, maar wel de kloosters en kapittels, deze nieuwe brandpunten van devotie zouden er wel bij varen" (Verbesselt).


Zo moet het wellicht ook de parochie van de Goddelijke Zaligmaker zijn vergaan. In 1139 werd de kerk voor de eerste maal vermeldt in een oorkonde als "ecclesia integra". Zo'n kerk betaalde de volledige bisschoppelijke belastingen. De kerk van Wulmersum, die een "ecclesia media" was, diende slechts de helft van voornoemde belastingen te betalen. Vermoedelijk werd de kerk van Wulmersum in 1036 aan de kerk van Sint-Lambertus afgestaan door de edele heer Radulphus en zijn vrouw Gisla (Bets). Het recht om een priester te benoemen in de kerk van Hakendover kwam toe aan de abdij van Vlierbeek. In 1248 stond Hendrik III, hertog van Brabant, de grote tienden af aan de abdij van Vrouwenpark d.w.z. het tiende gedeelte van de voornaamste landbouwprodukten (tarwe, koren, haver, gerst...) verschuldigd aan de parochiepriester. De priester behield de kleine tienden (geheven op hooi, wol, schapen, kippen, eieren...) tot deze in 1443 overgingen op het kapittel van de Sint-Pieterskerk te Leuven. Dit kapittel was verplicht in het onderhoud van de priester te voorzien. De abdij van Park was verplicht de kerk te onderhouden en voorzag in het onderhoud van de koster en leverde in het octaaf van Hakendoverwijn stro "tot gemak van de pelgrims".

Naast een pastoor waren er in Hakendover een onderpastoor en verschillende andere priesters waardoor er dagelijks tot 5 +agrave; 6 missen konden gedaan worden. Het bestaan hiervan werd verzekerd door 'beneficia' d.w.z. elk beneficium of leen had een eigen altaar, eigen inkomsten, eigen benodigdheden en was onafhankelijk van het kerkelijk bestuur en de parochiedienst. Zulks wijst zonder twijfel op het belang dat Hakendover had als bedevaartplaats. Vooral in de eerste helft van de 15e eeuw moet het dorp een belangrijke expansie hebben doorgemaakt als bedevaartplaats. In 1432 werd -zoals hoger gemeld- de legende ter schrift gesteld. Uit diezelfde periode stamt ook het Driemaagdenretabel dat de kerklegende aanschouwelijk voorstelt. Het is één van de oudste en merkwaardigste retabels van Brabantse oorsprong. Vroeger schreef men het toe aan een zekere meester Denis die in 1485 in Hakendover zou hebben verbleven. Duidelijk zijn er echter meerdere beeldensnijders aan het werk geweest en is het verantwoord te spreken over een atelier (Van Eeckhoudt). De beelden die het portaal van het stadhuis te Brussel sieren, zijn wellicht van hetzelfde atelier.

Eveneens onderging de kerk in die periode haar voornaamste verbouwing en uitbreiding. De toren werd verhoogd waardoor hij instortte. Daarom bouwde men zware steunberen. Op de zuidwestelijke hoek van de toren werd een traphoektorentje opgetrokken. Het koor werd vervangen door het huidige koor in hooggotiek. Naast de zuiderkruisbeuk verrees pal op het koor een tweede zijkapel.

Hakendover moet toen zeer welvarend zijn geweest, want in 1435 telde het dorp 179 huizen waarvan 22 te Wulmersum.

De geschiedenis van
Hakendover-Wulmersum



We hebben getracht de artikels per tijdvak onder te verdelen. De meeste van deze artikels verschenen eerder in het heemkundige tijdschrift Den Dertienden Dag.

In Hakendover kan je niet anders dan geïntrigeerd zijn door geschiedenis en traditie. Het dorp bulkt van de tradities die hun oorsprong in een ver en mistig verleden vinden. Reeds van in de “Zustersschool” langs de Hollestraat waar we onze 'lagere schoolloopbaan' hebben volbracht, werd onze fantasie geprikkeld door de legenden en verhalen die ons dorp rijk was. In ons klaslokaal bevond zich een kleine bibliotheekkast waaruit we elke week een boek mochten lenen. We vonden er een klein boekje van pater Boon over de bouwlegende van de kerk. Onze fantasie sloeg helemaal op hol toen klasgenoot (en mede-auteur) Geert Weenen met een verhaal over een verborgen kerkschat voor de proppen kwam. En heus niet alleen de kinderen geloofden (en geloven) in het bestaan van die schat!Die verhalen en legenden lieten ons nooit los. En dan waren er de 'grote inspiratoren'. Henri Willems, onze tuinman, vertelde me na schooltijd over zijn ontmoetingen met weerwolven en kabouters... Servaes Kinnart toverde het oude Hakendover weer tot leven door tientallen tekeningen, verhalen, gedichten en houtsnijwerk. Opeens was het “oud huis” waar mijn moeder geboren was meer dan alleen maar een verhaal. Servaes was een levenskunstenaar en een waar dorpsfilosoof... Het verbaasde ons dan ook niets dat hij in “Magisch en mysterieus Hageland en Haspengouw” (V. Wouters) in één adem werd genoemd naast Ernest Claes. Over Servaes Kinnart en het volksleven te Hakendover verschijnt in de loop van volgend jaar een boek. We stortten ons ook 'passioneel' op het verzamelen van boeken en kaarten van Hakendover. Bleek dat Hakendover ook illustere 'nationale' groten tot kunststukken heeft geïnspireerd. Charles Decoster, Stijn Streuvels, Alfred Ost, folkloristen Marinus en Isidoor Teirlinck... en tal van anderen kregen bezoek van de Hakendoverse muze. En in eigen dorp was er het opzoekingswerk van Victor Respen dat uitmondde in het boek “Hakendover”.

In 1993 startten we met de uitgave van het heemkundige tijdschrift ‘Den Dertienden Dag’. Een aantal teksten werden later wat uitgebreid, herschreven en gebundeld in het boek “Hakendover, een beeld van een dorp”. Een aantal volksverhalen over spoken en weerwolven en de beroemde historie van de “boeufjacht” werden verzameld in het kleinood “Spookvertelsels uit Hakendover – Wulmersum”. Ook andere auteurs lieten zich niet onbetuigd: we denken onder meer aan een viertal boeken die de heer Van Eeckhoudt publiceerde en aan het boek van de heer Paul Kinnaer over de geschiedenis van de Sint-Isidorusfanfare. Anno 2003 ziet weerom een nieuw boek over Hakendover het levenslicht. Rik Poulman van uitgeverij Ripova stelde voor een nieuw boek te publiceren en het ook in Nederland te verspreiden. Zo zou het ook beschikbaar zijn voor de bedevaarders uit de streek van Tilburg en Breda. Tja, een titel als “Hakendover” spreekt in Nederland niet echt tot de verbeelding. “Paarden, Mirakels en Hollanders” zal de aandacht hopelijk wat meer prikkelen. Rik Poulman selecteerde uit onze ruime verzameling teksten die verschenen tussen 1993 en 2003. Naast teksten van mezelf zijn ook teksten van Toon Hendrickx, Servaes Kinnart, Robert Morren, Willem Pierlet, Leon Rubbens, Geert Weenen e.a. in dit boek opgenomen. Ruwweg valt het boek in twee delen uiteen. De artikels op deze site beschrijven de geschiedenis van het dorp maar in een wat ruimer opzicht dan de “geschiedenissen” die in het verleden over Hakendover zijn verschenen. Vooral de zeventiende en de achttiende eeuw komen ruim aan bod. De negentiende eeuw hebben we tot nog toe te weinig uitgediept om er een 'volledig' en overzichtelijk beeld van te schetsen. Die periode komt weinig aan bod. Voor sommigen is die sprong van de achttiende eeuw naar de Eerste Wereldoorlog dan ook wat bruusk.Het tweede deel omvat een verzameling van getuigenissen en beschrijvingen over de bedevaart en de paardenprocessie.

Deze site beoogt ook geen volledigheid. De geschiedschrijving van een dorp is nooit “af”. Er blijven altijd wel een paar grote en een reeks “kleine mysteries” bestaan.

Facebook


De geschiedenis van het dorp...

Unsplashed background img 2

Lammes, de geschiedenis van een lemen hoeve

Lees meer

De geschiedenis van Hakendover en Wulmersum

Lees meer

Geschiedenis van de kerk

Alhoewel een legende uit 1432 vertelt dat de kerk van Hakendover werd gebouwd in 1432 verwijst niet naar zulk een oude oorsprong.

Lees meer

Unieke vondst over Hakendover in middeleeuws handschrift

C. Timmerman, studente aan de universiteit van Leiden schrijft momenteel een bachelorscriptie over een middeleeuws handschrift dat in vakkringen de naam "De Dikzak" draagt. Een van de teksten in het boek beschrijft de legende en de bedevaart van Hakendover. Het is tot nog toe het oudste gevonden document in het Nederlands over de legende.

Lees meer

Bouwgeschiedenis van de kerk van de Goddelijke Zaligmaker

Lees meer