grade

De tafels en de driehoek

Het Chinees voor soutien

In het tweede leerjaar of het derde, want bij ons op school zaten die samen in één klas, leerden we de tafels van vermenigvuldiging. Nooit geweten waarom dat eigenlijk tafels waren. Lijsten, maar tafels? Leren? Afdreunen ja, als een bende gedrilde snotapen uit de jaren voor de oorlog. Ons juffrouw Micheline stak het boeltje in gang en ging dan zelf opruimen in een klein driehoekig kamerke achter onze klas, en wij bleven samen de tafels afdreunen in koor, te beginnen bij de tafel van 2.

1x2=2
2x2=4
2x3=6 ...
tot 10x10=100

en dan begonnen we van vooraf aan. Tot al het opruimwerk gedaan was. Of tot de bel ging.

Een leermethode die behoorlijk passé lijkt als ge het ruwweg beschouwt, maar voor Micheline was het een vorm van multitasking, zoals ze dat nu zeggen, opruimen en lesgeven tegelijk.

Kurt, een jongen die in het derde leerjaar zat, en uit een goei familie, moet de eerste zijn geweest die het waagde om met de tafel van 0 te starten. Hij wachtte wel wijselijk tot juffrouw Micheline in haar driehoek zat. En ook al wist iedereen dat dit onmogelijk goed kon aflopen, deden we het samen in blok. Solidariteit of gekte, maar wat is het verschil? Zo'n beetje als soldaten die hun leider volgen, ook al beseffen ze dat ze even later een kogel door hun kop gaan krijgen. Van andere jongens verwachtte ge niet beter. Kinderen, jongens natuurlijk, die thuis de verkeerde dingen te zien en te horen kregen, of altijd op straat rondhingen. Daar verwachtte ge niet beter van. 

Mannen zoals Hans uit de klas van mijn zus. De non die vermoedelijk niet zo dikwijls naar de radio luisterde als Hans, begreep niet dat het om een hit ging toen hij nietsvermoedend het lied "voulez-vous coucher avec moi" voor haar zong. Ook al kwam ik -dat zeiden we thuis dan toch van onszelf- uit een 'goei familie', was het ook niet zo slim geweest om aan de kleine zuster te vragen wat het Chinees voor "soutien" was. Ik weet niet of ze 'ja' of 'nee' antwoordde, maar ze zag de humor van "ti ti ang ang" niet in. Ik trouwens ook niet, maar thuis lachten ze er mee en dan moest het wel grappig zijn. Op die leeftijd moet ge nog niet alles snappen waar ge mee kunt lachen.

Uit uwe kop

Leren was op onze school nog een synoniem voor uit het hoofd. In de meest letterlijke betekenis van het woord. Vermits de uitgeverijen nog niet hadden ingezien dat lagere scholen en ouders een potentiële groeimarkt waren voor steeds nieuwe leermethodes, brachten ze niet echt veel leerboeken op de markt. En als ze er al waren, dan was het bestaan ervan nog niet tot op onze school doorgedrongen. De enige gedrukte boeken die ik op school zag, vormden in mijn ogen de Heilige Drievuldigheid der Schoolboeken: het kerstboek, het paasboek en het vakantieboek... Alleen de geur van die boeken al! Zaligmakend zonder mirakels. Zoiets moesten ze in spuitbussen verkopen. Leerboeken? Schriften ja. En schriften dienden om te schrijven, we zouden het geweten hebben. En samen met een pennenzak en een schooltas vormden die schriften mijn enige troost bij het begin van een nieuw schooljaar. Stiften en balpennen transformeerden in mijn fantasie tot ruimtetuigen van rivaliserende planeten uit Star Wars-achtige werelden. Ook al bleef er door de gebruikte leermethodes niet altijd veel tijd over voor virtuele trips tussen de sterren. Schrijven en overschrijven. De juf schreef op het bord, wij schreven alles netjes in ons schrift. Les per les. En daarna mochten we die les thuis leren. Woord voor woord. En de dag nadien weer aframmelen. Iemand moest dit doen... maar ge stak er niet direct uw vinger voor in de lucht. De dag dat Steven tijdens het reciteren van zijn meetkundeschrift een woord vergat, heb ik 's namiddags de Berebios op Nederland 1 moeten missen. Stomme Steven! Iedereen, maar dan ook iedereen in de klas, moest zijn schrift 10 keer overschrijven. En we mochten direct beginnen, de les was in een slag gedaan... Toen de bel om 12 uur ging, schold ze ons 9 van de tien keer kwijt, omdat ze waarschijnlijk voelde dat tien toch wel van het goede te veel was. Ja, wat zegt een mens al niet als hij kwaad is. Maar één keer was voor mij ook al één keer te veel want ik was nog uren aan het schrijven. Ge zou verdorie uw les wel leren. En Steven zouden we morgen wel eens ondervechten! Geen Berebios! Verdomme toch. Wat een smerige straf, de videorecorder was nog niet uitgevonden. Allé ja, ge kon zo'n dingen nog niet kopen in die tijd, zelfs niet in 't stad. Maar toch, allé kom, heb ik juffrouw Micheline graag, ge kunt er tenminste nog iets over vertellen. Want als ge niks over iemand kunt vertellen, dat is pas erg. Wat komt ge hier anders doen?

De badplaatsen van de Belgische kust

Mijn tante werkte bij Marie Thumas, op de boekhouding. Daar stopten ze wortels en erwten in conserven. In 't fabriek van Marie Thumas natuurlijk, niet op de boekhouding. En mijn tante moest dan vermoedelijk tellen hoeveel erwten en wortelen er in totaal in alle conserven staken. Enfin, zo stelde ik me dat toen toch voor. Ze heeft altijd goed kunnen tellen mijn tante. En op de trein of in de bus in het naar huis komen, had ze gehoord dat Maggi die zo oud was als mijn oudste zus, op school betrapt was op afschrijven. Ze had haar boek in de bank gestoken en tijdens een ondervraging haar bladen op haar schoot getrokken. In die functionaliteit zag ik wel iets. Arbeidsduurverkorting, of hoe noemt ge zoiets. Of tijd kost geld, als ge dat beter snapt.

Wou het nu juist lukken dat we voor wereldoriëntatie de badplaatsen van de Belgische kust moesten leren in de volgorde waarin ze aan de kust voorkwamen. Van links naar rechts of van west naar oost, 't is maar gelijk als dat ge het wilt bezien. Het volstond niet ze allemaal te kunnen opsommen, ze moesten in volgorde staan. Just is just. Van de zenuwen zeker, maar op het moment dat we ze moesten opschrijven, vergat ik wat er nu links en rechts van Koksijde lag. Duinen ja, maar hoe heette dat spel daar nu weeral. Gelukkig lag mijn schrift in de bank. Juffrouw Micheline zat in haar driehoek, dus rap dat boek uit mijn bank en overschrijven.

“Iemand heeft hier overgeschreven” waren haar openingswoorden de volgende dag. Woorden die me altijd beter zijn bijgebleven dan “ich bin een berliner” of “I had a dream”... want het pakte me op dat moment nog meer dan dat ze me zouden gezegd hebben dat mijn hond overreden was. Kent ge dat, zo'n koude rilling die door uw hersenen in een schicht tot in uw tenen zakt. En toen heb ik ook geleerd wat solidariteit niet was, want mijn beste vriend voegde er aan toe: “Ja, ik heb het ook gezien, het was Kris hier.” Hoe zeggen ze dat? Van uw vrienden moet ge het hebben.

Een nul geven, dat bestond gelukkig nog niet. En straf kregen we ook niet, maar de volgende dag, zelfde toets. Nam Luc mijn idee van de vorige dag toch niet over zeker. Het kalf! Zo startte dag 3 van de ronde langs de Belgische kust met dezelfde openingszin als dag 2. En... daar gingen we weer aan het schrijven. Allelujah. Alle goeie zaken bestaan uit drie. Nochtans weet ik nog altijd niet wat er naast Koksijde ligt. De Panne?

Kris Merckx (www.opgewektienen.be)

Verhalen uit mijn jeugd

Unsplashed background img 2