grade

Over koeien melken en muizen vangen

Achter Storms 

Achter het kasteel van Storms hadden mijn ouders en Piës weidegrond in pacht. Gelijk als dat ging in de oude tijd, een lap grond van een familie van adel, of allé kom, aangetrouwde adel of iets dat er op trekt. Nu wordt nog al dikwijls verteld dat die mensen van hogere stand als boosaardige heren en meesters met het landvolk omgingen. Het zou moeten zijn dat dit op veel andere plaatsen zo was, maar bij die van Storms was dat zeker niet het geval. Als ze afkwamen voor de grondhuur, dan was het altijd voor mijn ma gelijk als dat voor mij Sinterklaas in hoogsteigen persoon op bezoek zou komen. Nochtans was het niet van iets te krijgen, maar van te geven. Mijn moeder had het graag zo, zo van dat volk. Ze had er eerbied voor. Mij moeder zong bij het strijken altijd Ik heb eerbied voor jouw grijze haren. En dat telde dus ook voor mensen van hogere rang of stand. Zo had ze het geleerd en zo hoorde het in haar en onze ogen ook. Die mensen kunnen daar per slot van rekening ook niet aan doen dat ze in een kasteel met veel grond geboren zijn. Of in de kliniek zoals wij, maar dat verandert natuurlijk niks aan heel die affaire.

De oprit

Madame en meneer van het kasteel kwamen op een avond langs. Als fervent tekenaar zat ik met lat en potlood opritten en afritten van autostrades te tekenen, op zo van dat groen-wit gestreepte papier met geperforeerde afscheurranden van oude matrixprinters dat pe meebracht van op haar werk bij Marie Thumas aan de vaart in Leuven. We waren de zondag tevoren met pe eens tot aan de nieuwe oprit van de E40 gewandeld. Daar stonden de bulldozers en de graafmachines stil te wachten tot ze maandagmorgen met het volle geweld weer hun werk moesten doen. Dat sprak tot mijn verbeelding en ik sloeg aan het tekenen: rijvakken, stippellijnen, opritten en afritten... en ik weet bij god allemaal niet meer wat. Madame van het kasteel kwam naar mijn plannen kijken en zei, waarschijnlijk om iets te zeggen (wat zegt een groot mens al niet tegen een kind), 'oh, wat een mooi huis', met zo'n Franse sissende 's' in haar toon. Stom mens, dacht ik, omdat ze niet verstond en niet zag dat het een afrittencomplex was.

Het Gazettemanneke

Achter het kasteel hadden wij weiden. En als onze koeien niet aan het Gazettemanneke of 'aan de Pomp op' op het Begijnhof van Hakendover liepen, dan liepen ze daar. Als ma en pa daar gingen melken, dan staken ze de melkkruiken altijd in het koffer van de auto, zo'n goudkleurige Opel Kadett uit die tijd. De voorkant van het kasteel keek uit op de Sint-Truidensesteenweg, de zijkant op de Bosschellestraat die zoals de naam het al zegt naar de hoeve Bosschellen leidt en verder door langs de Wissebos (waar Julia Tulkens haar gedichten schreef) naar Wommersom. Mijn pa zette zijn auto langs het hek aan de Bosschellestraat. Aan het schuurke van het kasteel stond een oude zwarte fiets met trommelremmen. Daar hing mijn moeder aan weerskanten de lege melkkruiken aan. Van daar ging het te voet verder langs een smal boske en een stuk kasteeltuin tot aan de ingang van ons weide. Ma stootte de fiets en pa en ik volgden met de emmer, de melkfilter en de melkstoelkes. Daar lag altijd een stapel houtblokken naast een soortement bakstenen barbecue, alhoewel dat woord toen nog niet was uitgevonden bij ons. Pa maakte me vol overtuiging wijs dat dat het huis en de stoelkes van de kabouters waren. Ik heb daar uren zitten wachten om toch maar ooit eens een glimp van die klein mannekes op te vangen. En mijn pa riep dan van op zijn melkstoelke onder een koe Daar loopt er ene. Ik was altijd te laat om het te zien, zo'n beetje zoals te laat zijn om de paasklok te zien die net de kerktoren weer is ingevlogen.

Draaimolens

Tussen de weiden in stonden draaimolekens, stichels heette het eigenlijk in de oude volkstaal, zoals ge ze nu nog in sommige warenhuizen ziet, maar dan ouder en authentieker. Een houten paal met daarop een metalen molen door een smid met verweerde en door metaalschilfers en brandwonden verteerde vingers gesmeed. Koeien konden er niet door, maar een mens zonder al te vette pens of achterwerk, kon er zonder problemen door draaien. Naar het schijnt kon ge zo te voet tot in Oplinter gaan, maar dat heb ik nooit mogen proberen. Laat staan dat ik het op mijne allene had gedurfd.

Als alle koeien met de hand gemolken waren en alle melk door de filter in de kruik was gelopen, legde mijn moeder het deksel op de kruiken, en stootte mijn vader de fiets met volle kruiken weer tot aan de auto. Het kofferdeksel moest dan open blijven staan op de terugrit, want ge kon de kruiken moeilijk plat in uw koffer leggen. Op de terugweg is zo eens een volle kruik omgevallen en jaren later stonk de auto op warme dagen nog naar de zure melk.

Kattenmobilisatie

Elke morgen en elke avond goot ma een halve emmer melk in de grote metalen schaal die op de vloer in de koeienstal stond, een oud deksel van een verdwenen vuilnisbak. De katten zaten er in een kring rond en slabberden dat het een lust was om te zien. Naar het schijnt is melk niet meteen de beste voeding voor een kat, maar aangevuld met wat droog brood en kattenkorrels zag of hoorde je de katten niet klagen. Bovendien was het hun taak om muizen bij hun schabbernak te pakken. Daar haalden ze hun vlees vandaan en ze hadden en deden daar behoorlijk hun werk, die katten. Mijn pa was inventief als het op muizen vangen aankwam. Op zijn vogelkot plaatste hij een plastieken emmer met een bodemke tarwe of vogelzaad. Over de emmer legde hij een soort houten bruggetje van een stukske plank dat hij had bewaard. De muizen sprongen van dat plankske af in de emmer en deden zich te goed aan de tarwe. Maar ze raakten er niet uit, want muizenpootjes hebben geen grip op de plastieken wanden. Vader riep dan repetitief poes, poes, poes… En de kattenbeesten schoten dan vanuit alle hoeken en kanten, van schuur tot stal en hooizolder, als geleid door een algemene oproep tot mobilisatie, naar de gang van den hof, want daar wachtte het gruwelijke spel van leven en overleven, strijden en de dood vinden. Fifi, de grote grijze kater met zijn dikke wollige haar, pakte ooit eens drie muizen tegelijk als mijn pa de emmer leeggoot. Later bleef Fifi zelfs ganse nachten in het vogelkot slapen. Het beest besefte blijkbaar dat de vogels niet voor hem bedoeld waren, maar een emmer met een bodemke tarwe was niet langer vandoen.

De kattenmobilisatie herhaalde zich elke middag, als ons ma of pe, als die niet werken was, na de noen de overschotten van het eten gemengd met wat droge sneden brood, naar de stal bracht en eveneens op haar tour het langgerekte poes, poes, poes liet horen. De katten wisten dat ze op zo'n moment niet in de gang naar den hof moesten zijn en ze schoten richting koeienstal of ze klauterden langs de houten balken en ladders van de hooizolders naar beneden. 

Gekoelde en gekookte melk

Voor de melk de kruik inging, liep ze door een filter. In die filter die eigenlijk meer een alumunium trechter was, zaten vanonder in het gat boveneen drie kegelvormige dekselkes met kleine getande scheurtjes waardoor de melk gefaseerd in de kruik liep. En tussen de twee bovenste dekseltjes stopten we telkenmale een klein wit vlieske dat op het einde van de rit helemaal week was geworden. Daarna ging de melk, sinds de late jaren 1970 naar een koeltank die de hele dag door de melk koel moest houden voor de melkerij ze kwam ophalen. Voor de komst van de koeltank kwam de camion van de melkerij iederen dag, maar nu moest ge als boer dus een koeltank hebben. Bij ons was dat er eentje van het merk Edscheid, een naam die u met wat vieze fantasie aan iets anders deed denken. Ze stond onder de poort, wat ge niet letterlijk moet pakken. Onder de poort, dat was eigenlijk onder het poortgebouw, waar bovenaande zwaluwen hun nest bouwden onder de oude duiventil van onze bompa, Sissen.

Als wij melk dronken dan werd ze eerst gekookt in een hoog geel geëmaileerd kookpotteke op het vuur in de keuken. En na dat koken kwam de zaan bovendrijven die we met een melkzeefje al zeker niet in onze kopjes lieten lopen. 's Avonds aten onze pa en wij als kinderen een soepbord met hete melk en daarin gooiden we dan drie dikke beschuiten tot ze week werden en we slabberden gelijk jong minnekes (jonge katten, kittens) aan een teloor melk. Het smaakte gelijk niks anders.  Mijn pa zat aan de kop van de tafel, aan de kant van de mesthof, ik met mijn rug naar de Bosveldstraat. 

De mensen weten niet meer van waar ze voort komen

Ieder had zo zijn plaats zowel aan tafel als in de dagelijkse taken. Dat was een regel uit een ongeschreven boek van huiswetten, die niemand ooit in vraag stelde. Daar werd bij ons thuis ook gene zever over verkocht. Als iemand er een zeldzame keer door omstandigheden niet was om de afwas of bij God weet wat te doen, dan deed iemand anders dat wel in de plaats. Tegenwoordig hebben de mensen allemaal veel ijle aan hun gat. De mensen weten niet meer van waar ze voort komen, zei ons ma altijd. Dat gedacht heb ik ook, als er zo één of andere omhooggevallen trut  met omhooggetrokken mondhoeken naar mij kijkt omdat ze in een chique straat woont en een man heeft met een dikke pree. Ze zijn bij God niet meer dan ik of gij. Pas op, dat wilt niet zeggen dat ik geen respect voor die mensen heb, maar ze moeten niet op mij neerkijken als op een vlieg op een koeienstront. 

Een stier geeft geen melk en een koe ook niet altijd

Per slot van rekening drinken ze ook allemaal melk, al is het in hun sjat koffie. En van waar komt die melk? Op zekere dag riep een collega mij, hij zei: 

Kom mij eens verdedigen, want de directeur gelooft niet dat stieren geen melk geven. 

Pas op, ik zit u hier geen mop te vertellen, het is zo waar als dat ik dit schrijf. Ik mee en ik vroeg aan de directeur:

Francis (dat is zijn naam), ge hebt twee kinderen. Hebt ge die borstvoeding gegeven? 

Ja, zei hij. 

En wie van u twee heeft dat gedaan? Gij of uw vrouw. 

Hij keek wat smalend op mij neer en antwoordde: 

Ja, mijn vrouw natuurlijk. Alsof ik ze niet alle vijf op een rij had en hij mij een lesje moest leren met zijn geleerde kop. 

Wel, zo zei ik, zo gaat dat bij koeien ook. Een koe geeft geen melk als ze niet eerst een kalfje krijgt. Verstaat ge?  En een stier geeft al evenmin melk als dat gij borstvoeding hebt gegeven. 


Kris Merckx, 2016

Verhalen uit mijn jeugd

Unsplashed background img 2