grade

De melkbrigade

Als ik 's morgens opstond en in mijn pyama beneden in de keuken aankwam, zat die meestal al vol met het volk dat melk kwam halen. Elke boer had zo zijn eigen mensen. En door welke eigenschappen de keuze voor de ene of de andere boer was ingegeven, had niet altijd iets met de loopafstand te maken. Het was meer dan melk halen alleen. Het was zoals 's avonds of na de hoogmis op zondag op café gaan. Het draaide niet om de drank alleen. Ge kon er op die manier ook uw klapke doen en het laatste nieuws van het dorp vergaren. Er werden ook passages uit de gazet voorgelezen, als er bij gebrek aan bedriegerij en achterklap niet zo veel te zeggen was. Dan kon ge tenminste nog commentaar geven op de ministers die net niet tot de kleur van de boer in kwestie behoorden. Stil was het er eigenlijk om zeggen nooit. Het was een beetje Facebook in het echt of gelijk een persagentschap, daar had het ook wat van weg. 

Specialiteit

En dat vast volk had ook zo zijn eigen specialiteiten. Rous bracht het nieuws van het begijnhof mee. Over die twee mannen die recht tegenover haar in het huis van Gonda woonden. Dat waren in haar ogen louche mannen. Alleen al het feit dat die mannen bij de “nacht” stonden, was in haar ogen al genoeg om het niet helemaal normaal te vinden. En daarbij kwam nog dat ze voor mekaar vielen, ze hadden geen vrouw, en die hokten gewoon samen. Kunt ge het u voorstellen? En over dat louche had ze eigenlijk wel gelijk toen jaren later bleek dat die charels inderdaad bij de nacht werkten, maar eigenlijk alleen om overal in te breken. Zo waren ze samen met pastoor Hoegaerts de kerk nog gaan afzien omdat ze geïnteresseerd waren in kunst. En ze hadden een vriendje gedumpt, letterlijk eigenlijk door hem eerst bij hun thuis op het begijnhof te liquideren en hem vervolgens langs de E40 in Bertem te dumpen in een bos. Het was een vrouw die daar langs de kant stopte om dringend een plaske achter te laten, die het lijk vond. Die madame zal in het vervolg ook wel gewacht hebben voor ze ergens haar broek liet zakken. 

Maar toen de flikken iets later Rous gingen ondervragen over haar kennis die ze bij ons thuis met veel diepgaande details elke morgen uit de doeken deed, leed ze plots aan een erge vorm van geheugenverlies. 

Dat is van mijn botten

Sommige families wisselden wat af. Zo kwam de ene keer Julia en de andere keer Yvonne van Raas of Marcel om melk. Als kind heb ik nooit goed verstaan wie nu de vrouw van wie was. Alhoewel er thuis ook twee vrouwen en één man onder één dak woonden. Maar dat was natuurlijk een ander paar mouwen, want daar wist ge hoe de vork aan de steel zat. Yvonne was nog al een pietje precies, want ze veegde altijd met haar handen het zitvlak van de stoel proper voor ze ging zitten. Niet dat die echt vuil waren, maar op die manier kon ze naar mijn gedacht laten zien dat het bij paar toch wel wat properder was dan bij ons in de keuken waar het natuurlijk niet ongewoon was om met uw vuil botten naar binnen te komen. Uw botten uitdoen, dat is een ander zaak dan uw sloefen uitdoen natuurlijk of een vrouwenschoen. 


Groene ijle

Nochtans was het ook niet allemaal proper wat ze zelf soms uitstak, als ik haar verhaal mag geloven. Ze schokte van het lachen toen ze vertelde dat ze 's zondags volk over de vloer had gekregen. Omdat ze niet direct iets had staan om die mensen te presenteren, was ze de kelder ingegaan om een keer te zien of daar niks meer stond. Bleek daar nog een kriekentaart met crème-fraîche van Pasen te staan. Die crème was al lang zo fraîche niet meer en tussen al die vergeelde en verdroogde roomteutjes stond op de kriekengelei ook wat haar. Geen echt haar natuurlijk, ge weet wel wat ik wil zeggen. Ze had gauw haar oven aangedaan en die taart er ingestoken. Na natuurlijk eerst die groenblauwe schimmel en slagroom er afgehaald te hebben. Ze had rap met ons melk wat room geklopt en er nieuwe crème-fraîche opgedaan. Die mensen die daar zaten, waren wreed content en ze vroegen haar zelfs het recept van die goei kriekentaart. 

Er gaat niks boven verse room en zeg nu zelf, als de schimmel er af is, kan het ook geen echt kwaad meer. Toen wij jong waren, bestond een houdbaarheidsdatum nog niet. Eten bleef toen goed. Bij schimmel is het eigenlijk zoals bij roest. Het is niet omdat een auto wat roest heeft, dat hij niet meer rijdt. Bij mijn meter Gusta kregen wij vroeger bij nieuw jaar ook ananas uit conserven die ze nog had bewaard uit haar winkel die twee generaties tevoren de deuren had gesloten. En in het leger kreeg ge als milicien naar het schijnt soms corned beef en chocolade van voor uw geboorte. 

Dat is allemaal flauwe ijle, zei onze pa. Daar is niks aan aan dat brood. Hij ging bij de bakker het oud brood halen voor zijn kippen, maar zelf pakte hij daar nog het krentenbrood uit. Het kon maar smaken. En zo'n datum, wat is dat nu? Groene ijle.


Vie van Schoels

Bij Schoels wisselden ze ook af. De ene keer kwam Vie, een zacht mens dat altijd even content en vriendelijk was en geen woord harder dan het andere zei. De andere keer kwam Achilles en toen mijn zusters wat geslachtsrijper werden, kwam ook Gerrit de zoon van Achilles alsmaar vaker over de vloer voor melk. Achilles en Gerrit kwamen ook altijd helpen in de oogst, maar qua kracht en vermogen konden ze niet tippen aan die twee mannen van Julie van Kurreke, Wilfried en Roger. Maar het waren fijn mensen, Achilles en Gerrit. Spijtig zijn ze allebei veel te vroeg vertrokken.

En dan had ge nog Greta Verhaegen, het zuster van wijlen juffrouw Rita. Voor haar was het altijd een vertaalslag. Thuis sprak ze schoon Vlaams met Jan, ene van Kortrijk, en haar kinderen. Bij ons plat Vlaams of soms iets tussen de twee in. 

Fille Billen

Ik weet niet meer hoe oud ik toen just was, maar op zekere morgen in het midden van de week kwam Fille Billen binnen, of Fille van Anna als ge niet moest weten over wie ik het heb. Fille had altijd een klak aan en zijn lange blauwgrijze cache-poussière maakte hem nog langer dan hij uit zijn eigen al was. Hij zag zo wit als de melk in ons kruiken. Hij had de klink van de deur nog in zijn handen als hij vroeg of ons ma en pa weiden hadden in het Langveld, in de Broekstraat over Bosschellen. 

Nee, zei ons ma, en dat was ook zo. Wij hadden daar wel veld en een stuk wei langs de “Kaater”  vlak langs de wei van Juleke van Gaudance op de hoek van de Broekstraat, maar niet in de Broekstraat zelf. 

Daar lag, zei Fille, een koe “uiteen gedaan”. Die was de nacht tevoren daar geslacht en het vlees was gepikt. Alles wat er nog lag, was een leeg karkas. Enfin, dat heb ik er achteraf uit begrepen, want omdat ik er aan de keukentafel bij zat, werd er nogal in wikken en wegen over gesproken. Het was niks voor klein kinderoren, maar dat maakte mij juist nog curieuzer. Die dag heb ik op school met mijn kameraden koeienrover en politie gespeeld. 

Fille ging daar elke morgen wandelen, maar die keer zou hij niet snel meer vergeten. Maar de mens is ook al lang dood nu. Eigenlijk, veel volk leeft er niet meer van, van al dat volk dat thuis over de vloer kwam. 

Van bassin naar badkamer

En Berreke en Georgette, die kwamen ook, elk op hunne toer. Berreke zag er uit als een klein versie van Fille Billen. Hij had een zwart potske op zijn kop en een blauwe cache-poussière en een goudomrande bril met geelbruine glazen. Als ik me niet vergis, deed hij onderhoud van de machines bij de Stella of zoiets, maar dat durf ik niet meer met 100% zekerheid te zeggen. Berreke die deed bij ons thuis ook een hoop werk aan de elektriek of aan de gas en hij maakte zelfs de badkamer. Daarvoor wasten we ons nog in de bassin in de keuken. Elk om beurt in hetzelfde water dat in een moor op de stoof was opgewarmd. Ik mocht als kleinste altijd het eerste en liep dus, als ge er te goei over napeinst, eigenlijk altijd het properste rond. 

Jenever

Leontine, Willy Rutten zijn moeder, kwam ook, maar daar kan ik zo just niet te veel meer van rappelleren. Dat was een stil mens en als ge stil in een hoekske zit, dan zijt ge precies rapper vergeten. Haar zoon Willy kwam dan wel geen melk halen, maar de connectie die we hadden met zijn moeder, bracht met zich mee dat hij bij ons vaak over de vloer kwam. Het kwam ook door de kanarievogels. Als hij niet wist of hij een popke of een manneke had gekocht of gekweekt, kwam hij langs onze pa. Die kon door effen op de onderbuik van zo'n beest te blazen, het geslacht van de vogels zien. Ieder zijn specialiteit zeker. Nu zouden ze hem waarschijnlijk een vogelfluisteraar noemen. Van vogels wist hij bijzonder veel, onze pa, het mag gezegd. En als Willy kwam, dan werd ook de fles jenever op tafel gezet, want de Willy kon er goed tegen, dat zei hij toch van zichzelf. Gezien de hoeveelheid glazen die hij achterover kapte, kan dat wel kloppen. Op zekere dag zette pa hem een fles “Stroh” rum voor van 82°, een fles die hij van Jan Deblauwe, Greta Verhaegen haar man, had gekregen. Net zoals de jenever sloeg hij er in een wip twee, drie glazen van achterover. Later zei hij tegen onze pa dat hij daarna toch wel een dag of twee drie in zijne nest had gestoken. De fles heeft jarenlang nog in de salon in de wandkast gestaan waar ze voor het grootste deel “vervlogen” is in de wind. Het laatste beetje heb ik eens in de chocomousse gekapt, en toen was iedereen thuis halfzat na het eten van zijn kommeke 's zondagsmiddags. 

Willy was niettemin een straffe kadee. In ons keuken heeft hij in die jaren nog blauwe tegelkes tegen de muur gezet. En het moet zijn dat hij jenever in zijn cement-colle gedaan heeft, want de meeste hangen nog altijd vast gelijk vliegenstronten op een autokoffer. 

Lameren 

En ge kunt het al peinzen. Een hoop vrouwen samen in één kamer. Nee, ik ga geen flauw moppen vertellen zoals … een kettingzaag. En dames, neem het mij niet kwalijk, maar daar werd ook een stuk afgelameerd. Daar zou je na verloop van tijd een heel boekenkast mee hebben kunnen vullen als ik had opgeschreven wat daar allemaal werd verteld! Voor het familiale nieuws zoals overlijdens en geboortes, kon Yvonne van Raas ons altijd wel vertellen voor wie zonet de doodsklokken hadden geluid en wie er op trouwen stond.  Gezien het werk van haar en haar familie in de kerk, was het niet vreemd dat ze daar het fijne van wist. 

Voor bedrog en het einde van huwelijken, bedriegerijen binnen het huwelijk en zo verder, hadden we onze andere bronnen.  J. kwam zo altijd binnen 's morgens met de melding dat ze iets zou zeggen, maar dat we dat zeker niet mochten voortvertellen, want dat wij de eerste waren die het te horen kregen, en dat ze wist dat wij konden zwijgen. En dan hoorden we wie er op de steenweg uit de Cocardi was gekomen gisteren of de week tevoren. Erg toch he, want die man had toch zo'n brave vrouw. En als J. terug vertrok, wisten we wie “uiteen ging gaan” of ver failliet was of te veel dronk of naar de hoeren ging of was gezien met één of andere del in Averbode terwijl hij afwisselend aan een crèmeke en aan die sloerie zat te likken. 

En als even later Vie of Yvonne binnenkwam, dan zeiden die: “Weet ge wat J. daar juist onder de poort zei? Pas op, ge moogt het niet verder vertellen he.” De vrouwen zatten dan altijd wat te monkellachen, want ze kenden J. natuurlijk ook door en door, op het vlak van lameren dan toch.

Zo ging dat toen bij ons. Misschien daarom dat ik 's morgens zelden iets eet. Een boterham zal nooit meer hetzelfde smaken. 


Kris Merckx - 2017
Foto's: Liesbeth Haesevoets


Verhalen uit mijn jeugd

Unsplashed background img 2