grade

Denken aan gisteren

Ik had een droom dat ik op een dag in de boerderij in de eetkamer stond, daar op het einde van de gang naar links. Terwijl ik in het deurgat stond, stak Rita van Jakke me voorbij. Door het deurgat stoof ze de plek in waar alle meubels weer stonden zoals vanouds. Ze zag er goed en rond uit en ze lachte zoals gewoonlijk. Ik stond er wat verbouwereerd bij. Terwijl ik haar met gefronst voorhoofd stond aan te staren, zei ze:

Ja, ik kom een kaartje brengen, om u te bedanken. Om u te bedanken voor de tekst die ge voor mij geschreven hebt.

Ze legde een kaartje in een witte omslag op de hoek van de telefoonkast neer.

En heel voorzichtig prevelde ik:

Maar Rita, was gij niet … dood en begraven?

Ja hoor, lachte ze, ik kom maar even terug om iedereen nog eens te bedanken.

Misschien was het omdat de allerzielen- en allerheiligenmaand november bijna achter de rug is en Sinterklaas en de kerstdagen in het vooruitzicht. Door haar bruine brilglazen zag ik weer die milde wildheid in haar ogen, schitterend als de tamme kastanjes op een avondpad. De herfst gaat stilaan weg, de winter valt met zachte tonen en ook Rita ging weer, door de voordeur. Weg was ze. Al even snel als kastanjes vallen, schoot ze de straat op, waarschijnlijk om nog een hoop andere kaartjes te bezorgen, her en der. Ze zal nog wel efkens bezig zijn, peins ik, want iedereen was haar goedgezind. Ze deed me denken aan Sinterklaas die op zo'n manier, maar dan meer in het geniep, speelgoed brengt naar de brave kinderen.

door het venster
priemt het donker
pupillen
zoeken
schichtig
de weg
in novemberbruin
en winterzwart

Iedere nacht droom ik van al die mensen die voor altijd hun voordeur sloten. Tot hun deur dicht ging, de sleutel knarsend in het slot. Zelfs hun deuren gingen en hun gevels, hun planten achter de ramen, hun tergend tikkende klokken onder het kruisbeeld van hun schouw, en alles ruimt plaats voor nieuw en anders en toch is het altijd nog voor een stukske hetzelfde, voor immer en altijd, zo lang ik en gij leef. In iedere hoek van het huis zie ik hen zitten, niet in het echt, dat is een feit dat just is, maar ge verstaat wel wat ik wil zeggen. In de zetel die er niet meer is, kijkt ons ma naar TV, ze dommelt in. In de keuken aan tafel drinkt mijn pa een glas jenever. Als ik wat verder terugkijk in de jaren, dan zitten ze daar alle drie in de keuken aan tafel. De koeien zijn gemolken en ze praten nog wat met Rik die daar elke noen en avond met ons doorbracht. Ik moet dringend mijn speelgoedautootjes oprapen en opletten dat Bob en Mickey, onze honden, mijn speelgoedschaapjes niet te pakken krijgen, want ze kauwen erop. In de morgenstond van mijn memorie zitten Vie van Schoels en Fille Billen en Rous en Yvonne en Marcel. Hun kruikje melk staat naast hen op de grond en ze vertellen al het nieuws dat belangrijk genoeg is om er een kwartier of een half uur over te zagen.

denkend
aan eergisteren
toen gisteren
nog morgen was
en morgen
nog onwezenlijk
ver
klokslag twaalf
maakt het wezenlijk
niet zo veel verschil
meer
dan gaat morgen in gisteren op
en is het eigenlijk al vandaag

Zo gaan en gingen ze allemaal en wij ooit als het onze toer is. Zoals de kalken staafjes in de schietbarakken op de kermis een voor een het loodje leggen. Wie in het midden staat, heeft meer kans om geraakt te worden, zoudt ge zo denken. Eén welgemikt schot en alles wat ge was en had, spat in één klap uit elkaar. En vroeg of laat, gaan ook zij die wat meer aan de kant stonden, en waar je al gemakkelijk zou over kijken. Maar altijd krijgen ze u te pakken. Vroeg of laat gaat ge eraan. Neem nu Julie van Kurre, dat was evenzo een straf mens, waar ik zoveel schoon herinneringen aan heb, maar die je bijna zou vergeten, want ze stond niet altijd in het midden van wat een dorp een dorp maakt.

Sommigen blijven hardnekkig standhouden, gelijk die klein frutselkes in de schietkraam. Ze krijgen slag na slag de klappen van het leven in de nek, maar ze laten zich niet zo maar uit het lood slaan. Ons ma was zo en onze pa. Het leven is, zo peins ik dan, als een schietbarak. Al haal je er op het einde van de rit niet altijd punten mee of prijzen. Alle mensen zijn gelijk geschapen, en alle mensen vertrekken gelijk zonder onderscheid, of ge nu paus zijt of geit of een onnozele werkman of een varken met een lange snuit. Als het nu niet is dan is het later, door één of meerdere slagen van het loodjesgeweer op de kermis van het leven. En dan is het vertelseltje uit.

uiteindelijk lopen
we allemaal dood
als eindige wegen
waarvoor dan
de blik op
eindeloosheid?


Kris Merckx - 29/11/2017
Foto: Jacques Hersleven, Kermis van Hakendover, ca. 1930. http://balat.kikirpa.be/photo.php?path=E018152&objnr=30008612&nr=11

Verhalen uit mijn jeugd

Unsplashed background img 2