grade

Toen een
Korenbloem
een klaproos
bleek

Zie ook: https://www.hakendover.be/1-29-Zoek.514

Voelt ge het ook soms, zo elke dag een beetje? Voelt het gelijk een mes dat kerft en strepen trekt in het hout van de tafel? Zo voel ik het ook als ik boterhammen smeer op de tafel waaraan ik als kind reeds mijn boterhammen at. De tijd snijdt soms diepe groeven. De tijd streelt met ruwe borstelharen langs zere wonden. Met mijn handen wrijvend over het grof geworden hout, voel ik elke tere en schone herinnering.

Ik zie het zo nog voor me. Ik was een jaar of zes en zat op de modderkap van een oude aftandse tractor. Mijn pa zat achter het stuur en trok lachend aan de handgas. De tractor schoot een stuk harder vooruit door de Ezemaalsestraat. Ik lachte naar mij pa en knelde met mijn handen wat strakker rond de ijzeren baar die als een soort zitje op de modderkap was vastgemaakt. Wat lager in de straat, als het huis van Servaes al in zicht kwam, dwong ik mijn pa om te stoppen. Op het talud bloeiden klaprozen en margrieten en hier en daar schoot het blauw van een korenbloem schichtig tussen het rijpe graan uit.

Ik plukte wat bloemen voor ons moeder. Wat margrieten, wat klaprozen en een zeldzame korenbloem. We reden langs café Korenbloem op de puffende en schokkende tractor en ik zat fier op de modderkap te stralen met mijn boeketje zelf geplukte bloemen in één hand geklemd. Mijn pa legde zijn linkerarm beschuttend om me heen. Het blijft gevaarlijk immers zo een modderkap. Een accident is snel gebeurd. De tijd tikt gewoon door daarna en mensen halen dan zuchtend de schouders op. Het had niet mogen zijn.

Thuis in de keuken zat ons moeder achter haar strijkplank en ik reikte haar fier de bloemen aan. Ze knuffelde me en zette de bloemen dankbaar in een vaas aan het keukenraam. Maar voor de klaprozen was het dan al te laat. Ze lieten hun steel hangen en de blaadjes dwarrelden één voor één naar beneden. De margrieten en de korenbloem hielden stand. Ze richtten zich zelfs zonder lemen fundament fier op richting zon. Tot ook hun tijd was gekomen. De klok tikt alles weg, alles, als de tijd is gekomen.

De dag dat ons moeder niet meer uit bed kon, haar standvastige steel het had begeven en het schone blauw van mijn korenbloem begon te vervagen, zag ik dat de klok ook haar stilaan wegtikte. Elke bloem vergaat als ze vaak genoeg de zon ziet passeren van oost naar west. Wat verdwaasd stapte ik café Korenbloem binnen. Het aloude dorpscafé had zijn deuren weer geopend. Een nieuwe baas, een jongen van Mechelen naar het schijnt. Het was zo op het eerste zicht een vriendelijke gast en het klikte tussen ons. Mensen met hoeken en kanten, het klikt als legoblokjes in elkaar. Even bij hem naar binnen gaan, was voortaan een vast ritueel als ik naar het dorp kwam. Je ontmoette er telkens weer brokjes herinnering en Bart was zijn eigen zelve, een man met een vast gedacht, zelfzeker zo leek het wel. De laatste keer dat ik met onze pa op café ging, was daar aan het venster van de Korenbloem op een dinsdagnamiddag.

Ik ben Bart, maar iedereen noemt me Kozze, zei je,

die dag dat ons moeder haar oorlog leek te verliezen.

Achteraf zei je dat je zag dat ik me niet goed voelde, maar dat je je toch even wou voorstellen. Je had je mij ouder voorgesteld, zo'n man die de geschiedenis van het dorp schreef. Je vader had gezegd: neem met die man eens contact op.

Een man die de geschiedenis van een dorp schrijft, dat moet wel een oude vent zijn, dat was uw gedacht. Maar er zijn vreemde uitzonderingen op de wereld. Mensen met hoeken en kantjes aan. Vandaar dat het klikte.

Zoals ik aan het café voorbijreed op die modderkap toen ik zes was, zo vaak stopte ik voor die deur toen jij er was. Het was even weg zijn uit de oorlog van het leven. Je las mijn ogen en hoe ik was van binnen. Hoe het voelde om even weg te zijn en om even tot mezelf te komen.

Baden in een vat vol herinneringen. Ik kwam er met mijn vader reeds en met de fanfare als ik een jongen was. Nu zat ik bij jou aan de toog en het voelde goed om daar samen met mijn eigen dochter te komen. Mijn handen waren gewend aan het ruwe hout van uw toog, volgden strelend en blindelings elke groef. Op gelijke manier tekende jouw verhaal zich af in de herinneringen van mijn dochter. Ze schreef het nog deze week...

Ik was nog klein en mijn oma was net gestorven… ik kwam vroeger met papa altijd in de Korenbloem binnen. Dat was sinds Bart daar was. Papa die kwam daar vroeger ook, maar nu mocht ik mee. Ik leerde papa zijn vrienden kennen en Bart begon mij ook goed te kennen. Hij zei altijd als ik binnenkwam: “My lady”.

Als een volleerd lakei boog je voor haar alsof ze de koningin van Denemarken was in hoogsteigen persoon. Je gaf waardigheid en je streelde het gemoed.

Jouw café was zoals een hal moet zijn geweest voor Keltische barden, de plaats waar mensen noodgedwongen tijdens hun braspartijen en na de jacht naar uw histories stonden te luisteren. Soms luistergierig en anders gewoon uit gewenning omdat het nu eenmaal niet anders kon als je verlangt naar de roes van korennat.

Je verloor je oorlog en zo ging het. Een oorlog die je op jouw manier ook won. Een oorlog die meer verliezers kent. De Korenbloem blauw en rank, verging.

Langs de kant, de oprand van de Ezemaalsestraat zal ik elke zomer nog aan jou denken als de klaprozen bloeien. Als de klaprozen bloeien en zwarte kraaien boven het volle koren vleugelwiekend scheren, dan zal ik aan jou denken. Aan de koninklijke lakei, gedrapeerd in korenbloemblauw.

Dat oorlogen nooit gewonnen worden, zo denk ik Bart. Ge zult me niet tegenspreken deze keer.



Voor mijn vriend Bart Cosyns
"Buenas tardes, amigo"
21/2/2018
Kris Merckx


Bart

ik kwam vroeger met papa altijd in de Korenbloem binnen. Dat was sinds Bart daar was. Papa die kwam daar vroeger ook, maar nu mocht ik mee. Ik leerde papa zijn vrienden kennen en Bart begon mij ook goed te kennen. Hij zei altijd als ik binnenkwam: “My lady”.

Ik was nog klein en mijn oma was net gestorven, maar dat is het verhaal van mijn papa. Nu terug naar mijn verhaal. Mijn papa pakte altijd iets anders, maar ik altijd een chips en een plat water. Bart gaf me na een tijd die dingen gewoon vanzelf. Als papa een boek had gemaakt, was hij altijd een van de eersten die er een kreeg.

Bart is ook een keer bij ons komen eten in een zomer. Toen was hij aan het schommelen op onze schommel. Dat best wel best grappig. Hij was ook een grote fan van Star Wars. (Toen hij naar een film was gaan kijken en hoorde dat ik ook een fan was, kreeg ik een grote filmposter van hem).

Joosfien Merckx












Verhalen uit mijn jeugd

Unsplashed background img 2