grade

Lege flessen en foute familienamen

In de hoek van de kolenkelder staan nog een aantal oude lege wijnflessen. Groenkleurige met dik glas. Flessen waar je echt iemand mee de kop kan inslaan, laat staan dat ik het zou doen, maar het zou wel kunnen.

Het zijn de laatste, die laat ik staan.

Ik hoor het ons moeder nog zeggen jaren geleden tijdens haar jaarlijkse “paaskuis”, die weliswaar niet op paasdag doorging, maar maanden eerder reeds van start ging ergens in februari of zelfs januari afhankelijk van het moment waarop de grootste feestdag van het dorp, dat Pasen toch wel was, viel.

Tot op dat moment vulde ons ma elk jaar tijdens die kuisgekte één tot twee zakken met lege wijnflessen. Ze bracht ze naar de mesthof en daar sloeg ze die flessen één voor één stuk op de grond, op die stukken waar geen kasseien lagen, aan de rand van de mesthoop. De dikke scherven zakten stilaan in de grond en vormden een stevige bodemlaag doorheen de jaren. Pas op, het waren niet onze flessen.

Zelf dronken we thuis nooit wijn, tenzij tijdens één van die vijf communiefeesten die thuis in de loop der jaren doorgingen. Vijf inderdaad, omdat het plechtige communiefeest van mijn jongste zus op dezelfde dag werd gevierd als mijn eerste communiefeest. Kwestie van geen twee feesten te moeten doen in één maand tijd.

Tassen is een werkwoord

Als het stro werd binnengehaald, diepte ons tante flesjes Paardeke uit de kelder op en na het lossen van de wagen dronken de mannen die kwamen helpen ieder zo’n fleske leeg. Het was zeker geen zatte bedoening dan, want ge moest er uw kop goed bijhouden als je daar van boven in de tas stond. De tas, dat had niks met koffie te maken. “Tassen” was een werkwoord, voor ons even duidelijk als akkeren of de stal mesten of een varken dat moet kurren. Tassen dat was niet anders dan het stapelen van de balen stro op een wagen of in de schuur.

Als er een kalf werd geboren, kregen zowel het pasgeboren kalf als de mannen die kwamen trekken, een glas jenever. Enfin, het kalf kreeg één glas en dan proestte het heel zijn of haar hebben en houden eruit. Kwestie van de slijmen uit de keel te krijgen. Onze pa gaf het beest soms wel eens een lepel zout in plaats van het kostbare vocht. Dat zout had hetzelfde resultaat, en onze pa kon een glas meer drinken. De mannen dronken dan tot de morgenstond de rest van de fles leeg. Niet dat ze ladderzat naar huis gingen, want over het algemeen begon de koe in kwestie pas een kot in de nacht te bevallen. Dan moesten we alle boeren uit de geburen uit hun bed gaan kloppen. Niet letterlijk natuurlijk. Die kwamen dan zonder morren helpen, want de dag erna kon één van hun koeien aan de beurt zijn en ook dan zouden ze niet graag alleen aan die poten moeten trekken die uit het achterste van zo’n koe staken. Die jenever mocht na zo’n heuglijk moment niet ontbreken. Dat was geen moment voor een pint bier of voor een glas wijn. Wie zou dat nu schenken op zo’n moment?

‘s Middags stond er limonade en tafelbier van Tonetta op tafel. Voor de rest dronk ik zelf veel gekookte melk, want melk was er altijd in overvloed. Ons ma, pa en tante dronken liters koffie. De een sjat na de ander.

Als de wijn is in de man

Toch stond de hele zolder en een groot stuk van de kelder vol met lege wijnflessen. Ook al dronken ze dat bij ons omzeggens niet. Toen mijn grootvader Sissen de boerderij kocht in 1933, kreeg hij die flessen erbij. De vorige eigenaar, een zekere Vandecan, gemeentesecretaris in Hakendover, moet ze achterover geslagen hebben in de tijd dat hij daar doorbracht op de boerderij. Hij of één van zijn familieleden kraste zijn achternaam in één van de balken boven de varkensstal, en op gelijkaardige manier kraste hij op een andere plaats het jaartal 1890 in een balk boven een staldeur. Hij was zelf naar ik meen geen boer, want het lag ook niet echt in de aard van een boer om veel wijn naar binnen te kappen, zo naar mijn gevoel dan toch.

Ons grootmoeder Maria verkocht in die tijd een hoop van die flessen aan de vétérinaire. Toen stak de gezondheidszorg voor mens en dier nog niet zo nauw. Die mannen waren al lang content als ze ergens voor een appel en een ei wat lege flessen konden kopen om daar hun medicatie te kunnen in gieten. Maar ook die man kon met een zolder vol flessen weinig aanvangen.

Die gemeentesecretaris, zo luidt het verhaal, had veel fouten op zijn kerfstok. Het gebeurde meer dan eens dat hij familienamen fout noteerde. Dyslexie of de wijn of allebei? Wie zal het zeggen? Maar het moest u maar overkomen dat de notaris bij een erfeniskwestie meende dat die Kinnaer die naast u zat onmogelijk uw broer kon zijn als jij uw achternaam als Kinnart neerschreef.*

Kris Merckx


* Echt gebeurd!




Verhalen uit mijn jeugd

Unsplashed background img 2