grade

Henriette Roggen, ons pe, onze tante zat de laatste paar jaar in een rusthuis. Ze was dement en communiceren werd steeds moeilijker. Toen ik haar begin september ging opzoeken, daar in het rusthuis tussen de velden en weiden in Zoutleeuw, dacht ik: Wat zou ze zich nog herinneren? Als familielid zou je door die dementie haast zelf vergeten dat er ook een tijd was voor die dementie, toen alles nog schoon en goed was. Toen ik die avond thuiskwam, schreef ik het volgende verhaal. Het is een fictief/denkbeeldig gesprek met pe.



Vergeet me niet

Alles wordt licht. September valt met dauw in de morgen en een eerste ademtocht die wolkjes blaast. Het was weer een tijdje geleden. Herken je me nog? Neen zeker, ik zie er ook wel wat anders uit. Mijn haar is anders en ik draag een andere bril. Maar voor de rest is er allemaal niet zo veel veranderd. Daarbij komt nog, jij draagt je bril niet en je ogen waren al een tijdje niet meer zo ok.

Er zijn weer veel kuikentjes geboren net zoals vroeger toen pa er nog was en hij altijd zei dat hij dringend wat kippen moest wegdoen. Jos is naar zijn duiven. Daar kan je wel eens gelijk in hebben. Hij vloog weg samen met zijn duiven, hem heb ik al een tijdje niet meer gezien. Jos zit daar, zeg je, herken je hem niet? Zeg hem maar even goeiendag en Julie is in de hof. Je vergeet hen niet, ze zijn nog elke dag bij je in een wereld die steeds lichter wordt.

Alles wordt vager en lichter. De verfjes lijken wel op. De lucht is wedeblauw en de gezichten van het allerzachtste pastel. Je moet wat voor je ogen vegen om alles nog een heel klein beetje te kunnen zien. Alsof de damp van de kokende moor op de vensters van de keuken slaat, alsof het binnen heeft geregend. Weet je dat nog? Toen je koffie maakte en vergat dat de dampende moor er stond? Dat je tien dingen tegelijk begon om dan uiteindelijk weer bij het begin te komen. Dan was het water in de moor al koud.

Weet je nog dat je die plastieken cremedoos uit de telefoonkast nam? Ze zat vol met stiften en kleurpotloden allemaal samengebonden met dikke elastiek, Je gaf de kinderen tekenpapier en ze kleurden en tekenden, daar op de stoelen in de plek. Daarna riep je hen de keuken in om te eten. Weet je nog die zaterdagen? En de taarten op zondag? Flan met streepkes en abrikozentaart. Of die augustuszondag zoveel jaren geleden daar op de hoek van de Broekstraat waar we samen gingen picknicken? Joske van Koersel en Jeanne en Paula Stouthuysen waren er nog bij. Dat vergeet ik niet. Daar is nog een foto van gemaakt, op uw kodakje van toen. De fotograaf toverde dat moment voor eeuwig tot leven met die felle pastelkleuren van de foto’s uit die tijd. Jij was onze reisgenoot. Je nam Ria als plat kind eens mee naar de kermis in Brussel en ze had heel de dag door geslapen in de poussette. Ze had niks van de kermis gezien. In de zomer gingen we met u naar zee, of naar Brugge of Antwerpen en in september op beeweg naar Oostakker. Je nam Ria zelfs eens mee naar Lourdes. Weet je dat nog? Ik verzamelde een heel jaar lang briefkes van de Druivelaar om dan in de bus naar Oostakker moppen voor te lezen. Ik denk niet dat iedereen op mijn moppen zat te wachten. Wat denk jij ervan? Maar altijd keerden we veilig terug naar huis diezelfde dag nog. Naar de boerderij met het grotteke.

Jij en ma zaten vroeger bij de BJB. De BJB dat heb ik nooit gekend, maar ik heb me altijd voorgesteld dat dat de voorloper was van Ziekenzorg. Beetje hetzelfde volk, maar dan wat ouder of minder goed te been. Ben ik abuis? Lijnke zat daar bij en Paula en nog andere vrouwen waarvan ik de naam nu vergeten ben. Ik heb uw rad nog gevonden op het zolderke. Je weet toch wat ik bedoel? Dat rad waar de kinderen konden aan draaien om een prijs te winnen bij de Pannenkoekendag? Als al die zieken voor wie jij iets hebt gedaan, hier nu aan uw bed zouden staan, de kamer was te klein. Heb ik gelijk of heb ik gelijk? Ziekenzorg en uw acties voor Warke zijn ruilhart. Wie doet het u na?

Weet je dat nog? Of ben je het vergeten? Daar op de kast in de keuken waar ook de TV toen stond, had je je net gekochte cassetterecorder gezet. Om beurt droegen we allemaal een gedichtje voor in de microfoon. Dichten en rijmen, daar was je straf in. Voor heel het dorp schreef je rijmpjes en gedichten en liedjesteksten voor alle jubilees van Ziekenzorg. Jij en ma heel plechtstatig met de microfoon in de hand in het licht van het keukenraam, met een gedicht dat jullie ooit uit je hoofd hadden geleerd in de lagere school of bij de BJB. Minneke poes, aardige kat… muisjes vangen hoe doe je dat? Dat heb ik toen nog voorgedragen, veel meer kende mijn jonge ik toen nog niet. Jij bracht al die techniek bij ons binnen. Een diaprojector, een cassetterecorder, een nieuw fototoestel. Vaneigens moest ik wel ooit iets met media gaan doen. Dat moet ik wel van u hebben, zeker? Ge moet niet lachen.

Op u konden we altijd tellen. Hoeveel huiswerken heb je samen met ons niet gemaakt? Met mijn opstellen van Frans… ik was blij dat jij er was. Of boekhouden… daar had ik niet veel kaas van gegeten. Jij kon sneller uit je hoofd tellen dan ik op een rekenmachine. Een computer was er niks tegen. Weet je nog, die bedrijfsrevisor in Blankedale? Die wou toch niet geloven dat jij dat allemaal zo snel uit je hoofd kon. Die man was naar het schijnt serieus in zijn gat gebeten toen hij merkte dat je gelijk had. Ria en Gerda, die hebben dat omgaan met administratie van u geërfd, dat moet zo wel zijn. Als jij mijn boekhouding moest doen, schoot je altijd in uw lach omdat ik mijn klanten niet met hun naam opschreef, maar naargelang hun uitzicht: “zotte blaar, man met baard.” Rappelleer je je dat nog?

Uw slaapkamer was altijd even netjes georganiseerd als de classeurs met papieren bij u op het werk. Waar heb je allemaal gewerkt? In de Elite, Marie Thumas, Blankedale? Als wij als kinderen en later die gasten van Ria en Gerda niet konden slapen, dan kropen we bij u in bed. Hoeveel verhaaltjes zal je mij zo verteld hebben. Ik ken er zelfs nog één van. We maakten dat samen en elke dag breiden we er een stukje aan verder. Over een hert en een hond en een kat… Weet je nog?

Minneke poes, aardige kat. Zo waren er wel wat bij ons thuis. Hoe zacht konden je handen poezenvellen strelen? Zoals die kat daar op je schoot, het is wel geen echte, maar wat maakt dat uit. Het is een lieve, zeg je. Dat wil ik wel geloven. Het is goed om haar bij u te hebben. Ook is het allemaal wat stiller nu, minder echt. Wat vager alsof je met je handen de damp van ruiten veegt. Als papier maché tussen koeloze weiden, wintergroen en tussen bloemen zonder kroon doof je stilletjes uit als broos aanmaakpapier op nog natte kolen in de Leuvense stoof. Zie je uw pa en ma en Lambert daar niet zitten? En Jos en Julie? Tussen vruchteloze velden lopen wegen eindeloos door, kleurt elk pastel tot bruin en grijs, raakt de horizon alsmaar verder weg.

Buiten, tussen de stenen van de grot, groeit een bloempje, wedeblauw. Het is een vergeet-me-niet.

Kris Merckx

Verhalen uit mijn jeugd

Unsplashed background img 2