grade

Dromen over de hemel

Dromen zijn een vies spel. De straten en huizen die ik ken, lijken er altijd anders in. Groter, met langere trappen en kamers die ik nog nooit eerder heb gezien. De lagere school gaat over in de boerderij in Hakendover en wat later loop ik ergens door een veldweg in de Walen, waar ik vermoedelijk wel ooit met de auto door gereden ben. Ook bij de mensen is het zo. Mijn ouders die er toch al enige jaren niet meer zijn, lopen elke nacht wel door mijn dromen. Ik hoor hun stemmen klaar en helder en hun lach is nog altijd als vanouds. De tijd heeft op hen geen vat in mijn dromen. Dromen toveren zaken tot leven die er al lang niet meer zijn. De aboriginals in Australië, de oorspronkelijke bewoners van dat land, zijn er heilig van overtuigd dat de droomwereld even echt is als wat ze overdag beleven. Dat geloof ik nu niet meteen, maar tijd en ruimte vervloeien er in elkaar, zoals koffie zich met melk mengt als je er met een lepeltje door roert.

Een paar dagen geleden stond ik in een kamer van zo’n vreemd droomhuis. Het was een grote kamer van een huis met een plat dak. Door het raam kon je de tuin zien, maar ik stond aan een pompbak waar langs handdoeken hingen. Het leek wel of ik in die droom kwam gevallen waar ik in feite al even aanwezig was, want ik wist niet echt goed wat ik daar aan die pompbak stond te doen. Onder het raam dat uitgaf op de tuin stond een bed en mijn zieke ma wandelde er naartoe. Ze probeerde nog allerlei dingen zelf te doen, maar haar ziekte belemmerde haar in haar doen en laten. Zoals dat ook in het echt was, het laatste jaar van haar leven.

Als ik wat later de gang op stapte, stond mijn recent overleden tante daar. Ze was weer zoals vanouds, zoals ze was toen ze nog niet in het rusthuis zat. Maar haar vergeetachtigheid was er al wel, want ik moest haar voor de zoveelste keer duidelijk maken dat ons ma ziek was. Ze leek dat steeds weer te vergeten, in mijn droom. Wat verder stond mijn vader en hij keek zo gelukzalig naar me, zoals hij altijd deed als de kleinkinderen binnen kwamen. Zijn zachtheid streelde me zoals een kat die langs je benen keert. Samen met hem ging ik schijnbaar doelloos de straat op. Hij was wat minder krom dan hij op het einde van zijn dagen was. Het leek wel alsof de droom wat last van zijn schouders had afgenomen. We wandelden samen de straat op. Een straat die net zoals dat huis in mijn droom, in niets herinnerde aan de plaats waar zij altijd hadden doorgebracht.

Kijk, zei pa, daar is Servaes.

Aan de overkant van de straat, op een schuin oplopende brede stoep stond Servaes Kinnart. Hij stond daar een uitleg te doen voor een groep van mensen die ik niet echt kende en een deel inwoners van Hakendover. Toen mijn pa en ik daar passeerden, leek hij aan het einde van zijn betoog. Maar de omstaanders hadden duidelijk genoten van zijn verhalen. Een paar mensen moesten hem ondersteunen als hij zich stillekes liet neerzakken op een stoel die daar speciaal voor hem was neergezet. Zelf kon hij zich met moeite rechthouden op de kasseien van de stoep. Zo’n beetje zoals de Onze-Lieve-Vrouwemeisjes het beeld dat ze dragen, neerzetten op een tafeltje, als de processie halt houdt aan één van die talrijke kapelletjes in het dorp.

Servaes leek een stuk ouder dan toen hij gestorven was, alsof hij in al die jaren dat ik hem niet meer had gezien, ook gewoon ouder was geworden. Hij moest nu al een stuk boven de 100 zijn, daar in mijn droom. Ik was verbaasd en blij tegelijk om hem te zien, zoals je als volwassene met weemoed kan terugdenken aan uw kindertijd als je op zolder een oud stuk speelgoed terugvindt.

Servaes kreeg mij in de gaten. Als een weerlicht sprong hij recht van zijn stoel. Mijn pa, zelf al niet goed te been en ikzelf, grepen hem bij de armen en ondersteunden hem.

Gij had vandaag iets nodig van mij, lachte Servaes.

Ik schoot wakker.

Wat zou ik van jou nodig hebben, Servaes? Je hebt me al zoveel gegeven in mijn leven? Je gaf me verhalen en tekeningen en je toverde de oude wereld van het dorp en mijn eigen familiegeschiedenis weer tot leven met pen en papier. Wat kon ik nog meer verwachten?

Ik kon het hem niet meer vragen. De droom was weg en de nakende dag riep me tot de orde. Mijn lijf en leden liepen vol met een droefenis zoals een pompbak met water als je de stop bent vergeten uittrekken.

Als er een hemel is, dan moet het zo zijn, denk ik. Ze zijn daar nog allemaal, die mensen die meer waren voor u of voor mij. Ze zijn er in hun schoonste dagen, maar ook in hun mindere momenten. Ze zijn er zoals in de jaren waarin je ze stilletjes moest loslaten. Het is geen plek van oeverloos geluk en plezier en rijstpap met gouden lepels. Het is een plaats waar het geluk zit in de kleine dingen, in de verhalen die blijven hangen. De hemel dat is voor mij geen plaats van eeuwig op stap gaan of pinten bier drinken. De hemel dat is zoals rustig aan de kant van de straat staan, luisteren naar een late vogel en het licht stilaan zien wegtrekken in het oosten als de avond valt.

De hemel dat is voor eenieder anders. Mijn ouders komen daar hun ouders tegen, in hun schoonste en ook hun mindere momenten. In de momenten waarin ze hen het meest hebben gemist. En hun ouders komen daar op hun beurt hun ouders en hun lang overleden vrienden tegen en waarschijnlijk ook hun honden en katten en koeien en paarden die hen al evenzeer plezier in het leven hebben bezorgd. Zo is dat voor iedereen en voor alles hetzelfde, peins ik. Of ge nu een aboriginal of een mens uit Hakendover of iemand uit Zichen-Zussen-Bolder of Nairobi zijt. Of voor een mens uit de middeleeuwen of de moderne tijd. Dat is voor alleman hetzelfde. In de hemel vloeit dat allemaal in elkaar. Al die tijden en die plaatsen en die mensen. Het moet daar allemaal zo precies en juist niet zijn. De hemel dat zijn kalenderloze momenten en afstandsloze plaatsen, zoals in onze dromen ‘s nachts, zoals koffie en melk als ge goed roert.

Kris Merckx - 2' september 2018


Tekening van Servaes Kinnart: mijn grootvader Franciscus Roggen (Sissen) zit aan de Leuvense stoof van de  hoeve Lammes.






Verhalen uit mijn jeugd

Unsplashed background img 2