Hallo, deze site is gebouwd door Kris Merckx. Heb je zelf digitale hulp of ondersteuning nodig als particulier, bedrijf, VZW, school of vereniging? Bel me op 0497 94 40 81
Wie vaak op bedevaart gaat, zal zelden heilig worden
Een fragment uit het nieuwe boek "Alst gheen wonder en was". - Kris Merckx
In 1704 schreef pastoor Cartuyvels in zijn bedevaartboekje dat het weinig zin had om op bedevaart te komen, als je je na de processie overgaf aan buitensporig drinkgedrag. Dronkenschap, zo stelde Cartuyvels, gaf aanleiding tot losbandigheid. Het leidde tot geruzie met je naasten. Het had tot gevolg dat je slechter naar huis ging, dan je gekomen was. Welk nut had het dan om op bedevaart te komen?
“Het is een gemeyn Spreek-woordt, getrocken uyt Thomas à Kempis, Qui multum peregrinatur, raro sanctificatur, Die vele Bedewegen doet, sal selden Heyligh worden: om dat men veel misbruycken siet geschieden van de gene die Bede-wegen doen, voornaementlyck in het wederkeeren naer hunne wooningen. Sommige komende uyt de Kercke, vergrammen hunnen Godt terstont met de sonden van dronkenschap, uyt de welcke voortkomen de sonde van onkuysheydt; uyt de dronkenschap op den wegh komen voorts lasteringen tegen Godt, twisten, tegen onsen neven naesten, verwytingen, vervloekingen, &c. want eenen droncken mensch is bequaem om alle sonden te doen: en alsoo gaen sulcke menschen vuylder naer huys als sy gekomen zyn.”
Het was niet alleen een zorg van de pastoor, maar van de gehele geestelijkheid. Ook de wereldlijke overheid keek argwanend naar de kermissen die aan de grote feestdagen van de bedevaartplaatsen waren verbonden.
In een kopie uit 1750 van een kaartboek uit 1665 met de goederen van de kerkfabriek van Hakendover zijn een aantal (handgeschreven) bladzijden met reglementeringen voor wat betreft herbergen, dansgelegenheden, begrafenissen enz opgenomen. Vermoedelijk gaat het om een transcriptie van een document van de burgerlijke overheid uit midden 18 eeeuw:
"...verbieden we alle herbergiers van op zondagen oft op heylige daeghen iement te ontfangen in herbergen oft voer hun te tappen wijn bier brandewijn genever oft iets dergelijkx uytgenomen die rijsende luyden oft te houden eenige spelen oft dansen ghedurende den teyt dat men de hooghmisse sermoen oft vesperen is doende..."
Overtreders kregen een geldboete evenals diegenen die op die momenten dansen of spelen hielden op straat of op andere openbare plaatsen.
"insgelijks verbieden wij aen alle onghehuwde vrouwspersoonen haer te bevinden ter vergaderinghe oft omtrent die selve op zondaghen heylighe daeghen oft merkdaghen (…) Daerenboven verbieden wij aen de ongetroude luyden te houden eenighe spinninge"(=bijeenkomst waarop gekeuveld en gepraat wordt tijdens het spinnen!)
Na negen uur ‘s avonds, was het verboden om nog alcoholische dranken te tappen of schenken:
"Ook verbieden wij aen alle herbergiers ten platten lande, oft in de opene steden naer de negen uren savents te tappen wijn bier brandewijn genevel oft vergelijckbaer.”
De boetes waren niet mals: als je betrapt werd op het uitnodigen van buren of dorpsgenoten kon je een boete krijgen van 50 gulden! Ter vergelijking: een herbergier die na negen uur 's avonds toch alcoholische dranken schonk, kreeg een boete van hooguit 3 gulden.
De grenzen tussen devotie en vertier, bleven en blijven reacties uitlokken. Meer dan twee eeuwen na Cartuyvels, in 1927, schreef Frans Hendrickx:
“Stilaan vertrekken dus de bedevaarders; de overigen, de meesten zelfs blijven kermissen, ten minste nog middags. De zes groote danstenten (zeer populair op de kermissen in deze streek) en al de herbergen, zitten opgepropt van 't volk. Lustig zwieren en dwarrelen daar onze Vlaamsche jongens en onze zwartgelokte meisjes uit het Walenland dooreen; in vreugde en plezier wordt daar een pint gedronken. Steeds is tweede Paaschdag in Hakendover, terzelfdertijd als een bedevaartsdag, ook een echte Vlaamsche kermisdag geweest waar gedanst wordt om er bij te vallen en waar men drinkt met volle kruiken. Om er een bewijs van te hebben hoeven we slechts het boekje van Cartuyvels te lezen. Ook deze haalt reeds de bekende woorden van den H. Thomas aan: " Qui multum peregrinatur, raro Sanctificatur? Dit schreef hij, evenmin als de kleine preek op het einde van zijn werkje, niet zonder reden. Heden zoowel als vroeger zijn groote bedevaarten nog steeds gelegenheden tot sommige misbruiken.”
Weliswaar om geheel andere reden publiceerde de liberale krant Het Laatste Nieuws in 1901 eveneens een ontluisterend beeld over het gedrag van de kermisgangers.
Danszalen rond de kerk - de draaiorgels en de harmonicas het zoo druk hebben als de koekepan op Vastenavond. Het kerkje dreunt onder het gezang van: Magificat anima mea... en buiten voor de trap staat een rolle zanger, op een tafel, de pelgrims het klaaglied aan te leeren van den Jongen matroos en de droevige historie van Bertina, de arme dienstmeid:
De liefde doet veel herten dwalen
En brengt veel menschen in 't verdriet.
Een waar historie zal ik u verklaren,
Hoe ik gekomen ben al in 't verdriet.
Van mijn achttien jaar,
Kwam ik in 't bezwaar
En werd verleid door n'en valschen minnaar.
Twee passen verder beweegt een barnum hemel en aarde, om de bedevaarders binren te rijven in de tent van Madame Normand, de wereldberoemde waarzegster die de toekomst voorspelt in zaken van handel en commercie, alsook in liefdesbetrekkingen en andere aangelegenheden des levens. Onnoodig te doen opmerken dat de man goede zaakskens maakt: tusschen de bijgeloovige kalanten der papen en die der kwakzalvers is er immers weinig verschil?
De verslaggever in kwestie liet geen moeite onbetuigd om ook de losbandigheid van sommige bedevaarders uit de doeken te doen. Hij beschreef hoe, duidelijk niet bang van de nodige overdrijvingen, honderden bedevaarders de liefde bedreven op de drie tommen te Grimde:
“...wij hebben bedevaarders, bij honderden, over hals en kop, naar beneden zien tuimelen, vergezeld van bedevaartsters welke bij de godvruchtige oefening Pinksteren en Paschen lieten zien. Amen.”
Ook anno 2025 bleef het spanningsveld tussen devotie, kermis, gelegenheidscafés en ordehandhaving aanwezig. De Tiense burgemeester Jonathan Holslag lanceerde nieuwe richtlijnen voor de ordediensten.
“Wie Pasen en Hakendover zegt, denkt meteen aan de vele gelegenheidscafés die slechts enkele uurtjes in de nacht – of beter de ochtend – sluiten. Om te voorkomen dat incidenten het gebeuren zouden overschaduwen, heeft burgemeester Jonathan Holslag duidelijke richtlijnen aan de ordediensten gegeven. Bij ‘problemen’ kan men de zaak voor de hele periode sluiten…” - Kristien Bollen, Het Laatste Nieuws, 12 april 2025
Deze nieuwe richtlijnen lokten al snel reacties uit in de Hakendoverse gemeenschap:
“Mensen met klachten mogen die ook altijd (liefst) eerst aan ons melden, zo kunnen we direct ingrijpen en proberen hun tegemoet te komen. Ook het uitgangsleven is geëvolueerd, er is nog heel weinig voor de jeugd in de buurt (fuiven td’s…). Dus ja menigeen grijpt naar het spaarvarken om bij Pasen eens goed te gaan feesten. Het zou bijzonder jammer zijn moest door een handvol amokmakers dit tot een einde komen. Het spijtige is dat het altijd dezelfde personen zijn die in het uitgangsleven opduiken en er nog meestal nog goed vanaf komen. Die gasten liggen er niet wakker van om eens een nachtje door te brengen in de cel, dan hebben ze een verhaal om mee op te scheppen erna. Ik zeg ook dat dit niet een probleem is van Hakendover of Tienen, elke dag staan de kranten er vol van, er mag niets gebeuren of zulke mensen mengen zich er tussen om amok te maken gewoon voor de fun of de kick.”
- R. Pierlet, facebook, 10 april 2025
Sinds de vroegmoderne tijd droeg de bedevaart en het paasgebeuren te Hakendover niet uitsluitend een religieus karakter, maar ging het gepaard met wereldlijke activiteiten zoals de kermis, herbergbezoek en dans. Zowel kerkelijke als wereldlijke overheden trachtten dit te reguleren via verordeningen, reglementeringen en zelfs boetes, in een poging om orde te handhaven tijdens religieuze hoogdagen. Dat was duidelijk niet enkel in Hakendover zo. Bedevaarten ontwikkelden zich aldus tot complexe gebeurtenissen waarin religieuze rituelen en sociaal-culturele gebruiken naast elkaar bestonden. Die verwevenheid van volksdevotie en volksvermaak (met alle excessen die zich daarbij kunnen voordoen) bleef aanwezig sinds de vroege 18 eeeuw.