Zoek teksten, afbeeldingen, video's

Hallo, deze site is gebouwd door Kris Merckx. Heb je zelf digitale hulp of ondersteuning nodig als particulier, bedrijf, VZW, school of vereniging? Bel me op 0497 94 40 81

1. Verslag over den inval der Duitschers in Haeckendover — omslag

A.M.D.G.

Verslag
over
den Inval der Duitschers
in
Haeckendover

verslag 1915.

2. Verslag over den inval der Duitschers in Haeckendover — p. 1

J.M.J.

1914 — 1915

De inneming van Haeckendover door ’t Duitsch leger geschiedde den 18en augustus 1914 rond 6 u. ’s avonds. Gedurende een bombardement, dat om 2 u. begint en omtrent 5 uren duurt, worden verscheidene huizen beschadigd door het kanonenvuur; twee shrapnels doorboren het dak der kerk.

Na den inval steken de troepen, zonder eenige wettige redenen, de huizen in brand, palende aan den grooten Staatsbaan Brussel-Luik: bij het aanbreken van den nacht staan 31 woningen in lichte laaie vlam. Alles wordt door het vuur vernield: meubels, vruchten, vee tot zelfs de kleederen der bewoners zijn niet gespaard. De soldaten geven geen gehoor aan het gezoek en gekerm van vrouwen en kinderen; waar zij de kans vinden, rooven ze de spaarpenningen der vluchtende dorpelingen.

Terwijl de brand voortwoedt, stroomen de Duitschers de overgeblevene woningen binnen om alles op te eischen wat hun noodig schijnt; daarmee niet tevreden slaan ze in eenige huizen alles kort en klein of nemen mede wat in hun bereik valt.

De Staf van het invallende leger, Generaal aan ’t hoofd, neemt zijn kwartier in op de pastorij: onnoodig te zeggen dat de E.H. pastoor, met de meeste bereidwilligheid aan hunne minste wenschen voldoet.

Onderschrift

3. Verslag over den inval der Duitschers in Haeckendover — p. 2

Tot dank wordt onze achtbare herder, onder de oogen zijner arme zuster, op de ruwste en onbeschoftste wijze behandeld: erger nog: door generaal en officieren met den dood door den kogel bedreigd.

Immers “Moon hat geschossen”! Maar nog! de soldaten weten van waar het schot gekomen is!! Midden van den nacht, op het geleide van éenen officier en een tiental soldaten, wordt de heer pastoor gesleurd naar het huis, van waar het schot is gelost.

— “Uit deze venster heeft men geschoten!”, huilen overste en soldaten, die immer hunne revolvers en geweren op den ongelukkige gevangene gericht houden.

— “Verschonung!” antwoordt de herder, “hier is niemand thuis! de man dient in ’t Belgisch leger; vrouw en kinderen zijn op de vlucht: gansch het dorp is verlaten.”

De pastoor is verplicht het huis te onderzoeken met de soldaten: de huisvoorraad wordt overhoop geworpen en verbrijzeld: niets te vinden.

Niettegenstaande blijft de gevangene in de handen der Duitschers van 10 u. ’s avonds tot ’s anderen daags 10 u., onophoudend beschimpt door generaal en onderhoorigen en met den dood bedreigd.

Den 19en worden de pastoor en 9 zijner parochianen opnieuw als gijzelaars gevangen genomen: de nieuwe soldaten vinden er vermaak in die ongelukkige lieden, meestal huisvaders, op.

Onderschrift

4. Verslag over den inval der Duitschers in Haeckendover — p. 3

de onmenschelijkste wijze te plagen met hunne wapens, te dreigen met den dood door het geweer: de Duitschers drijven de onbeschoftheid zoover hunnen helm te werpen in het aangezicht van den priester.

Een der gevangenen begint geduld te verliezen en roept den soldaten toe: “Die doodsbedreigingen treffen ons niet, zoo wij sterven moeten, trekt het kort, wij zijn bereid.”

Een duivelsche grimlach is hun antwoord.

In ’t kasteel van Mme Storm, brengen de gijzelaars den nacht door op een weinig stroo en onder den blooten hemel: deze marteling duurt van 8 u. ’s middags tot ’s anderendaags 12 u.

Den derden dag wordt Mr pastoor als hoofd der parochie — de gemeenteoverheid is op vlucht — nogmaals als gijzelaar gevangen met eenige ingezetenen die teruggekeerd zijn: hetzelfde droevige lot als de vorige dagen is hun beschoren; bij ’t vallen van den nacht zijn de gevangenen verplicht hunne rust te nemen op een weinig stroo in eene kleine kamer eener werkmanswoning.

Den 20en oogst begint de tocht van ’t Duitsche leger door ’t dorp: 3 weken lang worden de inwoners lastig gevallen door de troepen, die opeischingen komen doen van allen aard: wagens, vee, voedsel voor menschen en paarden enz.

Burgers zijn verplicht het leger op zijnen tocht te vergezellen: één, eilaas! schiet er ’t leven bij in. Gedwongen plaats te nemen op eenen munitiewagen, wil de ongelukkige Livinus Colloigne, door schrik bevangen, de vlucht nemen: een Duitsch soldaat bemerkt het, neemt zijn geweer op, komt af en laat hem voor dood liggen op de Staatssteenweg.

*als gijzelaars of geleiders*

Onderschrift

5. Verslag over den inval der Duitschers in Haeckendover — p. 4

Zedelijk hebben de inwoners van Haeckendover veel geleden: de stoffelijke schade aan woningen en landbouw door de troepen berokkend is niet minder groot.

Hierbij volgens officieele statistieken, bewerkt door de Ingenieurs bouwkundigen Perkeyden en Siron, door den aannemer Van Mol en door den Staatslandbouwkundige S. Beirens, het beloopt der schade veroorzaakt door het Duitsche leger bij zijne doortocht:

  • A. aan de woningen der gemeente Haeckendover: 100.639 fr. 21.
  • In dit cijfer is niet begrepen de schade veroorzaakt aan de kasteelen Rosemont en Storms: 80.950 fr.
  • B. aan den landbouw en vee: 90.327 fr. 79.
  • C. aan meubels: 59.500.

De Duitsche overheid heeft de jaarlijksche bedevaart “Het Dertienmaal” niet toegelaten.

Mr Pastoor had geweigerd den herderlijken brief van Zijne Eminentie den Kardinaal Mercier op de Kommandatuur af te geven.

Om diezelfde reden worden de godsdienstoefeningen der octaaf, die het dertienmaal volgt, ook niet toegelaten.

Onderschrift

6. Duitse nota — Tienen, 8 januari 1915

Tirlemont, 8 Januar 1915.

An
den Herrn Pfarrer
in Haeckendover.

Gegen Ablieferung des Hirtenbriefes
liegt der genehmigte Erlaubnisschein zum Abholen
bereit.

Das Garnison-Kommando.
R. B.
[onleesbare handtekening]
Leutnant u. Adjutant.

Ablieferung der
Petersinger betreffend [?]

Tageb. N° 27.

Onderschrift

7. Brief van pastoor Van Hemel — blad 1

Zeer E. H. Nekker [?],

Ik heb tweemaal gelezen: op zondag 3den en woensdag 10den Jan. Verleden zondag meende ik voort te gaan, en zoo als het niet [onleesbaar] had, is het ter oorkonde van de parochianen zelf. Heel den nacht tusschen zaterdag en zondag had men soldaten in ’t dorp [onleesbaar], zelfs waren ze hier en daar uw Eerw. recht aan gaan aankloppen.

Juist ter oorzaak van het Dertienmaal, dat dien nacht moest geschieden, ik weet het niet, doch iedereen meende het, en ’s morgens kwamen er mij verscheidene vrouwen niet te lezen [?].

Onderschrift

8. Brief van pastoor Van Hemel — blad 2

Daarom, en om geen enkel ander reden heb ik uitgesteld.

Met het verslag dan, wat Ued. mij vraagt, Z.E.H., ziehier wat er gebeurd is.

Op 18 Aug. hebben de Duitsche soldaten hier onmiddellijk huizen moedwillig afgebrand, na er eerst zooveel mogelijk geplunderd te hebben.

Een officier, die den Gemeenteontvanger zeide mij: “wij hebben de huizen afgebrand omdat de burgers op ons geschoten hebben.” De pastoor, zoo goed als ik, dat het valsch was, en ik heb het hun ook vlakweg gezegd. Twee huizen uitgezonderd, waren de bewoners halfdood van schrik in den kelder, en waren al de huizen leeg en de bewoners naar Thienen gevlucht.

Op het kasteel van Mlle Storms zijn de soldaten drie dagen verbleven; de helden al de kostelijke meubelen weggedragen en dan het kasteel afgebrand.

Een tiental huizen, door de inwoners verlaten, hebben de gevluchten en, met de wil niet meer, aan stukken geslagen.

Op de kerk hebben ze twee bommen gesmeten, die het dak nog al beschadigd hebben.

Een inwoner, Livinus [Colloigne?], dien ze hadden meegenomen, en die te Thienen vluchtte, hebben soldaten doodgeschoten.

Vrijdag, goed en bij ’t zetten dat ze het Dertienmaal zouden verbieden omdat ik geweigerd heb den brief van Zijne Em. den Kardinaal af te geven, den hun op het [onleesbaar].

Aanvaard, Z.E.H., mijne eerbiedige groeten.

J. Van Hemel
pastoor

Hakendover, 19 Jan. 1915.

Onderschrift

9. Geschiedenis der Kerk van België gedurende den grooten oorlog — p. I

Geschiedenis der Kerk van België gedurende den grooten oorlog.

Gemeente Haeckendover

N° 262
R.

  1. Bestuurlijke ligging: Provincie Brabant, Arrondissement Leuven, Kanton Thienen, Dekenij Thienen.

    Het dorp is gelegen op een half uur afstand van Tienen, langs de groote baan Tienen-Sint-Truiden, over Luik, naar Duitschland.

  2. Bij den inval werd de bevolking door de geestelijke en burgerlijke overheid aangemaand tot kalmte en gelatenheid. Slechts enkele bewoners hebben het dorp ontruimd en zijn naar Tienen gevlucht. Het kunststuk, eenig in zijn soort, de retabel der vermaarde kerk van Haeckendover, werd in veiligheid gebracht in de kelders van “De Volksbank”, te Leuven.

  3. De houding der krijgsoverheid is volledig moedig, ridderlijk en stichtend geweest. Zij was, in één woord, bewonderenswaardig, en verdient dan ook allen lof! — De gesteltenis der soldaten op zedelijk gebied was niets degelijks. Allen toonden een onversaagden moed, een heilige liefde voor Vaderland en Vorst. Geregeld gingen zij hun biecht spreken, tot zelfs des avonds op de pastorij. Zeer dikwijls naderden zij tot de heilige Tafel.

  4. Een felle kentering, een aanzienlijke verbetering in ’t christelijk leven, was onder de bevolking gedurende de eerste weken van den oorlog waar te nemen. Het grootste gedeelte der parochianen woonde dagelijks de Heilige Mis bij. Immeraan kwamen geloovigen aan den biechtstoel nederknielen. Zeer vele communiën werden uitgereikt. Een groot getal ontving zelfs dagelijks de heilige Teerspijs.

Onderschrift

10. Geschiedenis der Kerk van België — p. II

  1. De vijand viel het dorp in den 18en Oogst 1914, kort na den noenstond. — De slag, geleverd op het gebied van het dorp en langs de heirbaan, duurde ongeveer van één uur en half over den middag, tot vijf uur aan den avond. — Het [koor?] der kerk werd getroffen en licht beschadigd door twee shrapnels. Een aantal paarden werden met kogels doorboord, die hier en daar slechts een ruit verbrijzelden. Tegenover de kerk werd een pachthof de schuur afgeschoten. De schade gedaan aan de gebouwen bedraagt hier een som van 1760 frank.

  2. De houding der vijandelijke legers in de eerste uren der bezetting was in de hoogste mate brutaal, onmenschelijk. — Eén en dertig huizen, gelegen langs den grooten steenweg, werden moedwillig, lafhartig afgebrand. De bewoners ervan, mannen, vrouwen en kinderen, werden gevangen genomen, urenlang, met de handen omhoog, in zonnen [onleesbaar] gesteld, en gedurig ter dood bedreigd. Vijf en twintig lieden, mannen, vrouwen en kinderen, werden gedwongen het vijandelijk leger op zijn tocht naar Tienen vooraf te gaan. Geen enkel hunner kwam, gelukkiglijk, om het leven. Het kasteel van Mevrouw Storms, gelegen langs de groote baan, werd, vanaf 18 Oogst tot den twintigsten daaropvolgend, van onder tot boven geplunderd. ’s Vrijdags, den één-en-twintigsten, werd het afgebrand door een troep soldaten, daartoe opzettelijk komend van Luik. Dit bewijst dat het kasteel werd afgestookt op order van hooger hand, evenals daarvan nog getuigen de woorden, die de overste der Duitsche bende sprak tot den Zeer Eerwaarden Heer Pastoor van Eliksem: “En nu, Eerwaarde Heer, moeten wij naar Storms.” — De schade der afgebrande woningen bedraagt hier 576.000 frank.

  3. Bij den inval van het vijandelijk leger, werd de Zeer Eerwaarde Heer Pastoor der parochie als gijzelaar in hechtenis genomen. Onder

Onderschrift

11. Geschiedenis der Kerk van België — p. III

hoede van een Duitschen soldaat werd de priester gevangen gehouden in zijn eigen studeervertrek, tijdens den nacht van 18 tot 19 Oogst. Denzelfden dag, den 19en, werd de geestelijke herder opnieuw gevangen genomen, samen met negen dorpelingen, en overgebracht naar het openluchtspel van ’t kasteel, behoorend aan Mevrouw Storms, alwaar hij met zijn lotgenooten op den grond den nacht doorbrengen moest, overgelaten aan de willekeur, aan de wreede barbaarschheid van een tweehonderdtal krijgers, die voor den priester noch de gruwelijkste doodsbedreiging, noch de gemeenste verwensching, noch de grofste mishandeling ontzagen. Des anderendaags, den twintigsten, werd de geestelijke met zijn gevangen parochianen weer vrijgelaten. Nog denzelfden datum werd hij voor de derde maal in hechtenis genomen en samen met zes dorpelingen in een kelder onder bewaking gezet. Den volgenden dag, den 21sten, werd hij, evenals zijn medegevangenen, voorgoed in vrijheid gesteld. — De houding van het Duitsche gezag, ten opzichte der plaatselijke overheid en geestelijkheid, was, in de hoogste mate, “Deutsch kulturisch”, ofwel gemeen, brutaal.

a) Het hoogkoor der kerk werd tijdens de bezettingsjaren in zijn ouden trant gedeeltelijk hersteld.

b) De goddelijke diensten zijn, na den inval, immer geregeld hun gang gegaan. — Slechts één maal heeft een Duitsch krijgsaalmoezenier, van Roomsch-Katholieke belijdenis, het heilig Misoffer in de kerk opgedragen en een vijf-minuten sermoen gedaan voor een tiental Duitsche soldaten.

c) Lezing der bisschoppelijke brieven werd door de Duitsche overheid verboden. Niettegenstaande zijn die brieven openbaar van op den kansel door den pastoor immer gelezen geweest. — In 1915 werd door het Duitsch gezag niet toegelaten de bedevaart naar

Onderschrift

12. Geschiedenis der Kerk van België — p. IV

“Haekendover Wijnding”, die plaats grijpt in den nacht van 16 tot 17 januari, na zegening, te middernacht, met het Allerheiligste, en die, naar oude geplogenheid, bestaat in dertien “gangen”, heen en weer van aan de kerk te Haeckendover tot aan de kapel van Onze-Lieve-Vrouw-ten-Steen, te Grimde, bij Tienen. Toelating tot de bedevaart werd echter gevraagd tegen aflevering van den bisschoppelijken brief uit die dagen, waarvan bijgaand afschrift getuigt. De herderlijke brief werd echter door de geestelijkheid der gemeente niet afgeleverd, en bijgevolge werd ook de bedevaart verboden.

d) Het bijwonen der goddelijke diensten en het naderen tot de Sacramenten heeft de twee eerste jaren der bezetting merkelijk toegenomen.

Tafel der Plechtige Communie der kinderen:

jaar 1913 jaar 1914 jaar 1915 jaar 1916 jaar 1917 jaar 1918
23 26 25 20 22 23

Met de openbare zedelijkheid was het heel goed gesteld. Slechts één huis gedroeg zich liederlijk met Duitsche soldaten.

e) —

f) —

g) Drie werklieden, jongelingen van twintig jaar, werden naar Duitschland weggevoerd.

h) Als ondersteuningswerk valt aan te stippen de volkssoep der gemeente, gegeven aan een honderdtal huisvaders, en de schoolsoep.

i) Voor wat aangaat uitputting der bevolking, kan vermeld worden in ’t algemeen: het aanslaan van graan, aardappelen, paarden en vee, insgelijks het aanslaan van koper. Boeten werden toegepast aan de landbouwers, die niet

Onderschrift

13. Geschiedenis der Kerk van België — vervolg, p. V

voldeden aan de vereischte levering, of die men verdacht de opgeëischte voortbrengselen in schuilplaatsen te hebben verborgen.

  1. Acht en dertig inwoners werden onder de wapens geroepen. Elf parochianen zijn als vrijwilligers opgetrokken. Negen zijn gesneuveld in den oorlog; één werd verminkt, één is gestorven in Duitschland.

Tafel der geboorten bij de burgerlijke bevolking:

jaar 1913 jaar 1914 jaar 1915 jaar 1916 jaar 1917 jaar 1918
45 22 28 23 13 26

Overlijdens:

jaar 1913 jaar 1914 jaar 1915 jaar 1916 jaar 1917 jaar 1918
23 16 18 12 19 38
  1. Huiszoekingen voor graan zijn gedaan geworden in de kerk en in het klooster der gemeente. — Voor op- of inbeslagname der klokken, is een Duitsch soldaat bij den heer Pastoor de sleutels der kerk komen opeischen. De geestelijke echter weigerde streng ze hem te geven. Voorzien van een eigen bos sleutels, is de soldaat dan den toren opgeklommen, doch is onverrichter zake kunnen terugkeeren, gezien hij er niet in gelukte de deur van ’t klokkenhuis te ontsluiten.

  2. De vijandelijke legers zijn in de grootste wanorde, de meesten in dolle zwengel en in afschuwelijke houding, met de roode vlag in top, de groote baan langsheen het dorp afgetrokken. De voetgangers dreven heele kudden vee, tot buit gemaakt.

  3. Onder het luiden der klokken, onder vreugdevollen toeloop der bevolking en een tegemoetkoming der schoolkinderen, wuivend met nationale vaantjes, zijn beurtelings, eerst de Belgische, nadien de Fransche legers, plechtig het versierde dorp, ingetreden.

G. Deschamps, Gemeent.
J. Van Hemel, pastoor
G. Verhaegen

Onderschrift

14. Brief Aartsbisdom van Mechelen — 18 april 1919

AARTSBISDOM
VAN MECHELEN

Nr 262

Mechelen, den 18/4 1919.

Eerwaarde Heer Pastoor,

Ik heb de eer U de goede ontvangst te melden van het Verslag over den toestand uwer parochie gedurende den Grooten Oorlog, door U aan het Bisdom gezonden.

Laat mij echter toe U te verzoeken de inlichtingen rakende nr … van den vragenlijst te willen volledigen.

Wil zoo goed zijn onderhavig briefje, zorgvuldig ingevuld, aan de Hoogeerw. Heeren Vicarissen Generaal terug te sturen.

Aanvaard, Eerwaarde Heer Pastoor, de betuiging mijner eerbiedige en dienstvaardige gevoelens in O.H.J.-C.

Kan. J. Laenen,
Archivaris van het Aartsbisdom.

Getal communiën gedurende de jaren 1913 en volg.

jaar communiën
1913 13200
1914 15700
1915 18700
1916 21250
1917 19400
1918 18750

Aan E.H. Van Hemel
Pastoor
te Haeckendover

Onderschrift

15. Parochie-Haeckendover — vragen over de klokken

Parochie-Haeckendover

  1. Het gebouw waar de klokken hangen?
    De parochiekerk.

  2. De namen der klokken?

    1. S.S. Salvator.
    2. S.ta Maria.
  3. Salvator werd hergoten in 1887 door S. Vanderschot.
    S.ta Maria in 1811 door Andreas Vanden Gheijn, Leuven.

  4. onbekend

  5. Salvator mi β
    Maria la b

  6. Versierd — Salvator — met de beeltenissen der Apostelen en de H. Zaligmaker, opschrift:

    D.O.M. Vocor Salvator.
    Fudit me S. Vanderschodt Lov[anii?].
    Benedixit me J.B. De Munter dec. Ether.
    Suscepit me Celestis Verhaegen proctor, atque Sylvia de Wolfers uxor.
    D.O.M. Ex Horny Ecclesiae S.S. Salvatoris curam habentibus Const. De Wouters [?]

Onderschrift

16. Parochie-Haeckendover — vervolg klokken

Ant. Geysen, Aug. Grossen,
Aug. Verhaegen, Lud. Goens,
Lud. Vranckx, pastore.
Anno dom. MDCCCLXXXVII.

+ Maria — Andreas Van den
Ghein me fudit Lov. anno
1811

Peter P.F. Wouters pastor
der parochie —
Meter Maria Elisabetha
Loriers.

(Versierd met het beeld van
O.L. Vrouw).

Haekendover 20 febr. 1918

J. Van Hemel
Pastoor

Onderschrift
Contacteer ons nu